Hannekes Boom – naar aanleiding van een prijsvraag van de Gemeente

Een vierde artikel in de reeks over projecten met een bottom-up geïnspireerde werkwijze.

In 2010 schreef de Gemeente Amsterdam een prijsvraag uit voor tijdelijke “horeca-plus” op de kop van de Dijksgracht aan het Oosterdok. In deze prijsvraag stond niet geformuleerd waar hem die ‘plus’ inzat, met andere woorden hoe deze horeca zich zou moeten onderscheiden van een reguliere horecavoorziening. Wouter Valkenier, Gijs de Waal en Pim Evers reageerden op de prijsvraag met het idee van Hannekes Boom, een horecapaviljoen waar evenementen konden plaatsvinden en waaraan bovendien een haventje zou worden toegevoegd. In mei 2010 kregen de drie te horen dat ze hadden gewonnen. De prijs was de locatie en medewerking van de gemeente; financieel moest alles verder zelf worden geregeld. De drie initiatiefnemers hadden in het proces meerdere petten op: zij waren opdrachtgever, financier, ontwerper, bouwer en eigenaar. 


Ook richtten zij de B.V. op die momenteel Hannekes Boom exploiteert. De drie deden dus alles zelf, inclusief het bureaucratische proces van bouwaanvragen indienen en wijzigingen in het bestemmingsplan aanvragen. De financiering berust geheel op eigen investeringen. Om deze reden moesten de bouwkosten zo laag mogelijk worden gehouden, wat ertoe leidde dat een half jaar lang afvalmateriaal werd verzameld, waarmee later het paviljoen is gebouwd. Met de Gemeente is een tijdelijke bestemming van vijf jaar (tot medio 2016) afgesproken.

Om ervoor te zorgen dat Hannekes Boom een goed eerste seizoen zou draaien, was het belangrijk al in het voorjaar open te gaan. In minder dan een jaar moesten daarom de plannen worden gemaakt, het materiaal worden verzameld, de benodigde vergunningen worden aangevraagd en het paviljoen worden gebouwd en ingericht. Aan deze planning werd voldaan. Beoogd was bovendien om de investeringen in drie jaar terug te verdienen om daarna nog twee jaar winst te kunnen maken. Op deze planning wordt inmiddels vooruitgelopen.
 

Structurele kostenposten zijn het onderhoud van het gebouw en de huur van de locatie. Als de vergunning afloopt moeten kosten worden gemaakt voor de sloop van het paviljoen. Inkomsten worden gegenereerd door de horeca en mogelijkerwijs komt de Stichting in aanmerking voor een éénmalige subsidie van de provincie Noord-Holland.
 


Ook Hannekes Boom vertoont veel kenmerken van een bottom-up project. Maar omdat het horecapaviljoen voortkomt uit een prijsvraag waarin bovendien de functie van het gebouw al vastlag, is hier toch duidelijk sprake van top-down planning. Vooral vanwege deze fawijkende aanloopfase is het project niet opgenomen in het eerste hoofdstuk van dit rapport. Waar de initiatiefnemers van een echt bottom-up vaak een zware taak hebben aan het vinden van gemeentelijke steun voor hun ideeën - zie bijvoorbeeld de Afbramerij - was dat bij Hannekes Boom geenszins nodig. Uiteraard bevat de organisatiestructuur van het project bevat wel leermomenten voor bottom-up projecten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen