Posts tonen met het label #west. Alle posts tonen
Posts tonen met het label #west. Alle posts tonen

Blok 0 – particulier opdrachtgeverschap onder gemeentelijke regie in de Houthavens

Het laatste artikel in de reeks over projecten met een op bottom-up geïnspireerde werkwijze over zelfbouw in de Houthavens.

Voor de crisis van 2008 stond iedereen in de startblokken om de Houthavens in één keer te ontwikkelen. Het bestemmingsplan was rond en het begin kon gemaakt worden. Toen de crisis zich aandiende, was er geen geld meer voor uitvoering van deze plannen en moest een nieuwe strategie worden uitgedacht. Besloten werd om op deze ingewikkelde locatie pioniers aan te trekken, die alle vrijheid zouden krijgen om zelf iets te ontwikkelen op de door de Gemeente beschikbaar gestelde grond. Projectbureau Houthavens stelde enkele randvoorwaarden om te bewerkstelligen dat er een gesloten straatwand van een uniforme hoogte ontstaat. Binnen dit kader kregen de initiatiefnemers alle vrijheid. Ontwikkelaars, particulieren, een collectieven van particuliere of zakelijke opdrachtgevers konden op 1 mei jl. hun plannen ingedienen, na toetsing aan de randvoorwaarden. Vrijdag 15 juni vond de loting van Blok 0 plaats. De partijen met de hoogste rangnummers zijn inmiddels bij elkaar gekomen op projectbureau Houthaven om de plannen te verdelen over de beschikbare strook grond. 
Na het tekenen van de reserveringsovereenkomsten tussen de partijen en Stadsdeel West, krijgen de partijen een jaar de tijd om hun schetsontwerp voor Blok 0 verder uit te werken volgens de kavelregels en hun financiën rond te krijgen.


De bebouwing die op deze manier in de Houthavens tot stand wordt gebracht is aan te merken als stedebouw. Gezien de duidelijke regie van bovenaf is deze echter niet bottom-up te noemen. Hiermee doet zich ook de contradictio in terminis voor die schuilgaat in het onderzoeksveld van de bottom-up stedebouw: de bouw van onderdelen van een stad vraagt per definitie om planning en sterke regie van bovenaf, hetgeen niet te verenigen is met de gestelde definitie van bottom-up. 
Dit betekent echter niet dat de manier waarop momenteel stedebouw wordt bedreven in de Houthavens niet vernieuwend is. Dat de overheid hier de rol op zich neemt van een faciliterend en kaderscheppend orgaan, staat in contrast met de traditionele top-down planning die decennialang gangbaar was in Nederland. Bovendien wordt in de Houthavens niet één plan gemaakt, dat in één keer wordt ontwikkeld. Blok 0 wordt ‘organisch’, dat wil zeggen stukje voor stukje, bebouwd. Regie wordt gevoerd door het creëren van stedebouwkundige randvoorwaarden en door functies te situeren (onderwijs, woningbouw, etc.) op specifieke locaties.

Urban Resort en Stichting Tijdelijk Wonen Amsterdam in ACTA – op initiatief van De Alliantie Ontwikkeling B.V.

Het volgende artikel in de reeks over projecten met een bottom-up geïnspireerde werkwijze.

Sinds medio 2011 zijn De Alliantie Ontwikkeling B.V. en Urban Resort in gesprek over het voormalige ACTA-gebouw in Nieuw-West. Het gebouw, eigendom van De Alliantie, bevindt zich aan de Gustav Mahlerlaan in de Westelijke Tuinsteden, die momenteel onderdeel zijn van een grote vernieuwingsoperatie. Vele projecten in dit deel van de stad zijn door de crisis stil komen te liggen. Ook De Alliantie zag in dat er anno 2011 geen markt was voor de geplande sloop en nieuwbouw van een woonwijk op deze locatie. Volgend op deze constatering kwamen de gesprekken met Urban Resort op gang om in het pand tijdelijke broedplaatsen en studentenwoningen te realiseren. Hoewel er in maart 2012 nog geen definitieve afspraken liggen, wordt beoogd om een huurcontract van tien jaar af te sluiten met twee partijen, broedplaatsenbeheerder Urban Resort enerzijds en Stichting Tijdelijk Wonen Amsterdam anderzijds. De gedachte is dat De Alliantie de ruimte beschikbaar stelt, maar het beheer gedurende deze periode uit handen geeft en niet de traditionele rol (en bijbehorende taken) van corporatie zal vervullen.



De Alliantie wijzigt met deze aanpak zijn traditionele strategie aanzienlijk en past deze aan op de economisch slechtere omstandigheden. De doelstelling van De Alliantie Ontwikkeling B.V. is echter wel nog steeds dezelfde: de locatie moet ontwikkeld worden. Wanneer het gebouw leeg zou blijven staan zou dit de locatie geenszins ten goede komen. De nieuwe functie kan de buurt een impuls geven, nieuwe bezoekersstromen genereren en bedrijvigheid creëren die nu ongebruikelijk zijn in dit deel van de stad. Het gebouw kan een (tijdelijk) icoon van Nieuw-West worden.
 


Hoewel dit project niet als bottom-up te definiëren is – het initiatief kwam immers van een geïnstitutionaliseerde partij – wordt de regie wel overgedragen aan de particuliere partijen die er hun intrek nemen. Zo klussen de studenten mee en biedt Urban Resort creatieve initiatieven de mogelijkheid om zich in het ACTA-gebouw te vestigen. Net als in het geval van Heesterveld en Ymere wordt de kracht van de ontwikkeling van onderaf in tijden van crisis erkend en ingezet in de algemene doelstelling, ontwikkeling van een locatie in de stad.

Cascoland in de Kolenkitbuurt – in opdracht van Stadsdeel West

De afgelopen maanden is op deze blog al duidelijk geworden hoe veelomvattend het thema bottom-up is. Soms zijn projecten niet als 100% bottom-up te bestempelen, maar zijn ze wel duidelijk geïnspireerd op bottom-up ideeën. Zo is er de ontwikkeling van een nieuwe werkwijze zichtbaar, die voortbouwt op buurtparticipatie en gebruik maakt van de creativiteit en inventiviteit van niet voor de hand liggende initiatiefnemers. 
De komende tijd zullen hier enkele verhalen verschijnen over deze projecten, die misschien wel op initiatief van de gemeente of overheid ontstaan, maar met de gratie van de betrokkenheid van bewoners pas echt succesvol worden. 
Vandaag een eerste blog over de Kolenkitbuurt in Amsterdam-West.

Kunstenaarsinitiatief Cascoland
In september 2010 kreeg kunstenaarsinitiatief Cascoland de opdracht om de leefbaarheid van de Kolenkitbuurt te bevorderen. Deze opdracht werd gefinancierd uit gelden van OCW ten behoeve van de zogenaamde Vogelaarbuurten. Stadsdeel West kreeg de beschikking over het beschikbaar gestelde budget en vroeg Cascoland en twee andere partijen om plannen in te dienen. Het voorstel van Cascoland had de vorm van een scenarioschets, zonder harde beloftes over het verloop van het proces. Cascoland mocht dit plan ter revitalisatie van de buurt uitvoeren en ging in september 2010 aan de slag.
Cascoland is een internationaal netwerk van kunstenaars, architecten en ontwerpers, die interdisciplinaire interventies in de publieke ruimte uitvoeren om mensen te wijzen op het bestaan en de mogelijkheden van publieke ruimte. De werkwijze van Cascoland berust op mobilisatie en participatie. Drijvende krachten achter het netwerk zijn beeldend kunstenaars Fiona de Bell en Roel Schoenmakers.



Cascoland nam de opdracht van Stadsdeel Nieuw-West aan op voorwaarde van een carte blanche: De Bell en Schoenmakers wilden hun project kunnen realiseren zonder beperkingen vooraf. Aan het Stadsdeel heeft Cascoland zodoende alleen uiteengezet hoe het project zou kunnen verlopen. In de Kolenkitbuurt werkte Cascoland niet met een vooropgezette planning. De pilot liep van september 2010 tot 1 maart 2011. Na evaluatie werd besloten het project met een jaar te verlengen. Het liep af op 1 mei jl.


Buurtparticipatie
In een vroeg stadium van het project voerden medewerkers van Cascoland gesprekken met buurtbewoners. Hieruit kwam naar voren dat het gebrek aan leefbaarheid zoals dat werd gesignaleerd door overheden, niet werd ervaren door de bewoners: zij leefden er prettig, maar waren juist bang voor de stadsvernieuwing en de grote organen (de overheid en woningcorporaties). In de fysieke ruimte werd in deze fase. Ook werd geconcludeerd dat er in de wijk te weinig ontmoetingsplekken zijn.


Op basis van deze signaleringen startte Cascoland zijn culturele interventies, daarbij aansturend op een organisch groeiproces. In september 2010 werd een tijdelijk buurtrestaurant opgezet in één van de Piggelmeewoningen die aan de kunstenaars ter beschikking waren gesteld. In november werden mobiele kippenhokken geplaatst op het braakliggende Jan van Schaffelaarplantsoen. Bewoners werden aangesteld als beheerders van de kippenhokken. In vervolg hierop werden langs de Leeuwendalersweg mobiele tuintjes geplaatst. Door deze ingrepen hebben diverse braakliggende terreinen een tijdelijke invulling gevonden, waarmee de aantrekkelijkheid van dit deel van de stad is vergroot. Bovendien bleken de mobiele kippenhokken en tuintjes cruciaal voor het versterken van de sociale cohesie in de buurt.

Bottom-up?
Het initiatief van Cascoland vertoont veel kenmerken van een bottom-up project, zoals het organische groeiproces, het ontbreken van een duidelijke planning, het betrekken van de buurt bij de ontwikkelingen en het profiel van de initiatiefnemers. Tegelijkertijd is hier sprake van een opdracht door de overheid en dus lag het initiatief voor de ontwikkeling bij een institutionele partij, die bovendien een vorm van regie heeft gevoerd - al heeft Cascoland ook nadrukkelijk speelruimte opgeëist. De toevlucht tot deze andere manier van werken moet worden gezien in relatie tot de crisis, waardoor de vernieuwingsoperatie van Nieuw-West is gestagneerd. De aloude aanpak met renovatie, sloop en nieuwbouw was hierdoor niet langer mogelijk. Het project van Cascoland in de Kolenkitbuurt is een goed voorbeeld van het inzetten van “bottom-up” als instrument in de verdere ontwikkeling in tijden van economische crisis.



Status
Dit voorjaar hebben bewoners zich sterk gemaakt om onder andere het Jan van Schaffelaarplantsoen tot een blijvend succes te maken. Het braakliggende terrein, wat tijdelijk volstond was met kippenhokken, maakt tegenwoordig een andere indruk. Een afgedankte boomgaard van 4 kersen- en 16 perenbomen krijgt hier een tweede leven en de grond is nu bedekt met groen en boterbloemen. Het in eerste instantie mobiele kippenhok heeft een vaste plaats verworven en waar in de winter nog een schaatsbaan was, wordt nu gebarbecued.

Paradijstuin

Buurttuinen zijn in opkomst. De opzet en functie ervan verschilt echter enorm van project tot project. De Paradijstuin is een buurttuin die sterk afwijkt van veel andere.

Profiel initiatiefnemers en doel project
De Stichting Jan Maijencollectief, bestaande uit bewoners van de Jan Maijenbuurt, wist in 2007 gedaan te krijgen dat in de leegstaande Mercatorschool een broedplaats werd ingericht. In mei 2011 vond op de grote binnenplaats van de voormalige school het evenement pop-up park plaats. Onder leiding van professionals konden buurtbewoners voor de binnenplaats een collectieve tuin ontwerpen. De buurtbewoners vatten vervolgens het plan op om hun ontwerp ook uit te voeren. Het leent zich daartoe, omdat het is geïnspireerd op het concept van de Arabische Riat: een Perzische paradijstuin, voor iedereen toegankelijk als ontmoetingsplek, maar alleen op specifieke tijdstippen. Daarbuiten gaat de tuin op slot.



Programma en planning
Het programma van de locatie is een tuin. Onderscheidend aan dit project is dat het geen moestuin betreft, maar een rustige binnentuin waar buurtbewoners kunnen samenkomen. Er wordt niet gewerkt met een planning. Al in 2007, kort nadat de leegstaande Mercatorschool in gebruik was genomen als broedplaats, leefde onder betrokken buurtbewoners het idee om op de binnenplaats van het schoolgebouw een tuin te realiseren. Toen de broedplaats in 2009 verdween bleef dit idee leven, waarna pogingen werden ondernomen om het project van de grond te krijgen met steun van het stadsdeel. In 2011 organiseerden het Jan Maijencollectief en het stadsdeel gezamenlijk het evenement pop-up park, dat werd geopend door de wethouder. Hierna is het balletje gaan rollen en realisatie dichterbij gekomen. 


Ook nu is er echter nog geen vastomlijnde planning. Het buurtinitiatief is belast met zware organisatorische taken.

Financieel traject, organisatiestructuur en eigendomssituatie
De organisatiestructuur van het initiatief is een stichting, die nu moet worden omgevormd naar het concept van de community trust. Dit houdt in dat de voorheen kleine stichting verantwoordelijk wordt voor elke cent die iets van doen heeft met de tuin. De buurtbewoners die actief zijn in de stichting ervaren dit als ingewikkeld en tijdrovend. De financiële middelen komen van De Key en het stadsdeel. De grond is door de gemeente in erfpacht uitgegeven aan De Key.


Locatie-eigenschappen en schaal
De locatie is de binnentuin van de vroegere Mercatorschool, tussen de Jan Evertsenstraat en het Jan Maijenplein. Deze binnentuin beslaat ongeveer 2000 m2.


Status en toekomstperspectief
Het ontwerp van de tuin, van de hand van buurtbewoners die zijn begeleid door Copijn tuinarchitecten, is gereed. Momenteel is de stichting zich aan het professionaliseren naar het model van een community trust en daarnaast wordt bodemonderzoek verricht en vinden onderhandelingen plaats met Waternet. De stichting heeft een permanent huurcontract met het stadsdeel en De Key en is er inmiddels klaar voor om in augustus te beginnen met het aanleggen van de tuin.

I can change the world with my two hands


In de wijk Landlust in Bos en Lommer bevindt zich in een woonblok een moestuin. Als de meest minimale fysieke ingreep, die bovendien meestal vrijwel kosteloos is, komt deze vorm van stedelijke ontwikkeling veel voor. Braakliggende terreinen zijn er genoeg en moestuinen (legaal of illegaal) daarmee ook. Urban farming is de afgelopen jaren een trend geworden. De moestuin in Landlust, die officieel de naam I can change the world with my two hands draagt, is hier een legaal voorbeeld van. 


Profiel initiatiefnemer en doel project
Natasha Hagenbeek is kunstenaar en buurtbewoner. De aanleiding voor de start van het project was het gebrek aan een ontmoetingsplaats, en nog specifieker een communitygarden,  en de beschikbaarheid van het stuk grond. Natasha Hagenbeek is naast kunstenaar tevens trend researcher en volgt zodoende maatschappelijk relevante thema's met grote belangstelling. Zij signaleerde dat de rol van urban agriculture steeds groter en belangrijker werd. De start van de moestuin in Bos en Lommer haakt in op deze trend en is hiermee tevens een studieobject voor de initiatiefnemer. Als zodanig is het niet enkel een ontmoetingsplaats waar groenten en fruit worden geteeld, maar ook een kunstproject met een maatschappelijk element. Het doel van het project is dan ook tweeledig. Het voornaamste, maatschappelijk merkbare doel was het creëren van sociale cohesie op lokaal niveau.  Aan de andere kant dient de moestuin als voorbeeld van verduurzaming van een buurt en de rol van het individu in kleinschalige voedselproductie. Als kunstenaar en trend researcher heeft de initiatiefnemer baat bij het verzamelen van kennis over stadslandbouw.

Programma en planning
Natasha Hagenbeek is al jarenlang gefascineerd door communitygardens. In april 2010 is zij begonnen met het terrein in Landlust, dat toen al twee jaar braak lag nadat de speeltuin was verwijderd. Via een buurtcoördinator probeerde de initiatiefnemer door te dringen in het stadsdeel. Toen dit zeer moeizaam bleek te gaan, heeft zij gebruik gemaakt van de inspraakgelegenheid in het stadsdeel in februari 2011. De verantwoordelijke ambtenaren bij het stadsdeel waren enthousiast en in april 2011 kon zij een huurdersovereenkomst met het stadsdeel, afdeling Vastgoed, tekenen, waarvan de huur €0 bedroeg. Na een korte periode van bodemonderzoek, is de tuin officieel geopend op 4 juni 2011.            
De moestuin bestaat uit een centrale tuin, die wordt omringd door kleinere privémoestuinen. Natasha Hagenbeek beheert de centrale tuin waar buurtbewoners aan meewerken. Het is de bedoeling dat de opbrengst van deze centrale tuin uiteindelijk in de winkel 'A tribute to the whole world' zal worden verkocht. 


Financieel traject, organisatiestructuur en eigendomssituatie
De huur van het stuk grond van de gemeente bedraagt €0. De kosten die Natasha Hagenbeek verder maakt worden gefinancierd vanuit een buurtparticipatiebudget. De moestuin kent geen rechtsvorm, wat ook niet nodig is voor het aanvragen van een dergelijke subsidie. Het stuk grond is, zoals alle grond in Amsterdam, van de Gemeente.

Locatie-eigenschappen en schaal
Op het gemeenschappelijk binnenterrein van het woonblok tussen de Jasper Leijnsenstraat, de Jan Haringstraat, de Bloys van Treslongstraat en de Willem de Zwijgerlaan, stond eerst een oude speeltuin uit 1938. Deze speeltuin met zwembad was jaren in gebruik, totdat stadsdeel West in 2008 ertoe besloot de speeltuin en het zwembad buiten gebruik te stellen. Natascha Hagenbeek nam vervolgens het initiatief, naar aanleiding van de braakligging van het terrein sinds twee jaar. Het terrein van de tuin beslaat ongeveer 400 m2.


Status en toekomstperspectief
De moestuin is gestart op 4 juni 2011 en had een huurcontract voor een jaar. Het project is inmiddels al met een jaar verlengd en zal zodoende zeker tot en met het voorjaar van 2013 lopen.

De Hallen

Tramremise “De Hallen” in Stadsdeel West, sinds 2002 opgenomen op de Rijksmonumentenlijst, kent een rijke geschiedenis aan ontwikkelingsinitiatieven. In oktober 2011 is uiteindelijk gekozen om in zee te gaan met ontwikkelaar TROM en architectenbureau Van Stigt. Aangezien TROM is voortgekomen uit een buurtinitiatief en een financieringsstructuur zonder winstoogmerk kent, is het bij uitstek een voorbeeld van bottom-up stedebouw.
De geschiedenis van De Hallen is problematisch te noemen. Om niet te verzanden in de complexiteit van politieke en financiële problemen van jaren terug, zal in het volgende enkel de laatste stand van zaken worden aangehaald.


Initiatiefnemers en doel project
In 1996 raakte het complex zijn oorspronkelijke bestemming kwijt; tot dat moment was het in gebruik door het Gemeentevervoersbedrijf (GVB). In datzelfde jaar werd het complex eigendom van de Gemeente. Nadat het in 2001 een Rijksmonument was geworden, werd in 2002 het eerste bestemmingsplan gelanceerd. Vanaf dit moment zijn er talloze plannen geweest voor het complex, die alle keer op keer strandden.
Eind 2009 heeft het Stadsdeel aan ontwikkelaar Lingotto gevraagd om op korte termijn een plan van aanpak te maken voor een nieuwe herbestemming van de tramremise. Lingotto nam architectenbureau denieuwegeneratie in de arm. Na een bewonersavond heeft Lingotto een plan opgesteld dat vier mogelijke scenario's schetst: Design, Educatie, Werken, en Werken met buitenruimte. Besloten is toen om het project nog niet aan te besteden, maar om Lingotto te vragen de visie verder uit te werken in de eerste helft van 2010. Het planboek dat hieruit is voortgekomen zou de basis vormen voor de mogelijke realisatieovereenkomst tussen Lingotto en het stadsdeel. Wanneer dit niet mogelijk zou blijken, kon het stadsdeel afscheid nemen van Lingotto, waarbij het stadsdeel de plannen en ideeën van Lingotto die wél haalbaar waren zou mogen overnemen.


In deze periode verschijnt ook TROM (Tramremise Ontwikkelingsmaatschappij) ten tonele. De buurt heeft zich sinds 2002 altijd fel verzet tegen een groot cultureel centrum in de Hallen, vanwege te grote bezoekersstromen naar dit deel van de stad. TROM beoogt De Hallen een herbestemming te geven die het tot een levendige plek in de buurt maakt, en die qua karakter daar ook goed op aansluit. Tegelijkertijd moet de locatie ook “bovenwijkse” allure krijgen, en bezoekers uit andere stadsdelen aantrekken. TROM bestaat uit een groep buurtbewoners, geïnteresseerde huurders en architectenbureau Van Stigt, die al bij eerdere plannen voor De Hallen betrokken was. TROM is voortgekomen uit een klankbordgroep welke gevormd was in het kader van de planvorming van begin 2010. Hierin zaten buurtbewoners, leden van de vereniging Rondom de Hallen en potentieel geïnteresseerde huurders van de Hallen. De rechtsvorm van TROM is een Stichting, waarmee het initiatief ook geen winstoogmerk heeft. Eind 2011 werd TROM door het Stadsdeel verkozen boven Lingotto.

Programma
TROM heeft in 2011, evenals Lingotto, een plan ingediend voor de herontwikkeling van De Hallen. In dit plan staat vermeld hoe TROM beoogt De Hallen opnieuw in te richten. De belangrijkste schakel in het complex is de Passage, de enige hal die haaks op de andere staat en die als zodanig als een toegangspassage kan dienen. De Passage is tevens een straat die de Bilderdijkkade en Ten Katemarkt met elkaar verbindt. Rondom deze passage (hal 6 en 17) worden op de meest prominente plek de bibliotheek, kunstuitleen en andere cultuurfuncties gepland. Deze bedrijven en initiatieven kunnen hun locatie aan de passage ook benutten door de etalages te gebruiken voor exposure en exposities. De Passage zelf kan ook benut worden voor modeshows en tijdelijke markten. Verder wordt toegang geboden tot de andere hallen.
De rest van de programmering heeft zes belangrijke pijlers: buurtvoorzieningen (bibliotheek, kinderdagverblijf), kunst en cultuur, mode, media, horeca en hotel, ambachten en leer/werklocaties.


Financieel traject, organisatiestructuur en eigendomssituatie
TROM heeft De Hallen aangekocht van de Gemeente. De grondkosten (erfpacht) bedragen 4,3 miljoen. De bouwkosten worden geraamd op 34,1 miljoen (inclusief inbouwpakket van de gebruikers), andere kosten op 4 miljoen, onvoorziene zaken op 2 miljoen en de financieringslasten op 0,8. De totale kosten bedragen zo 41 miljoen. TROM zal dit terugverdienen door de huuropbrengst van 2,7 miljoen per jaar, welke in jaar 10 opgelopen zal zijn tot 3,1 miljoen per jaar. De netto huuropbrengst bedraagt 1,8 miljoen per jaar. TROM beoogt zo, als stichting zonder winstoogmerk, in 25 jaar de investeringen te hebben terugverdiend.

Planning
Na de verkiezing van TROM tot de partij die De Hallen zou gaan ontwikkelen, heeft de organisatie tot en met april 2012 de bouw voorbereid. Beoogd wordt gefaseerd te werken, zodat tijdens de bouw van bepaalde delen, andere al in gebruik kunnen worden genomen. De bedoeling is september 2014 de bouwactiviteiten volledig af te ronden.

Locatie-eigenschappen en schaal
De Hallen is een complex bestaande uit vijf sprongsgewijze in lengte toenemende tramstallingsruimten, elk voorzien van inrijbanen met rails, perrons ter weerszijden en kappen bestaande uit twee zadeldaken met kruispannen en met verhoogde lichtkappen in het midden. De kappen zijn voorzien van Polonceauspanten, met uitzondering van de eerste hal (aanzicht Bellamyplein), waar een zogenaamd Engels spant is geconstrueerd met vallende diagonalen. De lichtkappen zijn voorzien van draadglas. De architectonische vormgeving is aan de zijde van het Bellamyplein traditioneel bestaande uit bakstenen gevels met gesloten tuitgevels, grote houten panelen deuren die naar buiten openslaan en ter weerszijden ervan smalle verticale vensterassen (bron: www.cultureelerfgoed.nl).
           
Status
In voorbereidende fase.

Wat is bottom-up?


Er is niet één universele definitie van wat bottom-up is: iedereen die zich er mee bezig houdt, definieert het anders. Het tegenovergestelde ervan, top-down, laat zich makkelijker duiden: top-down is stedelijke planning, van bovenaf georganiseerd, waarbij de overheid van tevoren de exacte inrichting en het programma van een gebied kiest. Ontwerpers worden vervolgens in de arm genomen, en functies worden op bepaalde locaties gepland. De uiteindelijke gebruikers van het gebied kunnen via inspraakprocedures zich bemoeien met de gang van zaken.
ARCAM hanteert in de inventarisatie de volgende definitie: Een bottom-up initiatief is een niet-institutioneel geïnitieerd project, waarin de initiatiefnemer iets realiseert wat hij of zij zelf wil en de initiatiefnemer niet reageert op iets wat de overheid wil. De wensen van het particuliere initiatief en de overheid kunnen onverwacht wel overeen komen. De financiële structuur en het proces zijn vaak in het begin niet scherp uitgestippeld. Als zodanig is deze particuliere inmenging van burgers in het werkterrein van de overheid significant anders dan de traditionele inspraak. Het is eerder uitspraak, een daad, een actie – geen reactie.

Een project dat niet binnen de kaders van ARCAMs definitie valt is dat van kunstenaarsnetwerk Cascoland, dat van Stadsdeel West in 2010 de opdracht kreeg om bottom-up bij te dragen aan de ontwikkeling van de Kolenkitbuurt. Er is hier immers sprake van een opdracht. Toch is de aanpak van dit stadsdeel veelzeggend over de veranderende manier van met de stad omgaan. Voor de inventarisatie zijn dergelijke projecten even belangrijk; ze vallen alleen in een andere categorie en moeten benoemd worden als alternatieve strategie.

Cascoland is een internationaal netwerk van kunstenaars, architecten en ontwerpers, dat interventies in de publieke ruimte uitvoert, vaak gebruik makend van leegstaande gebouwen en braakliggende stukken grond. 


Kippenhokken op het braakliggende Jan van Schaffelaarplantsoen

In het geval van de Kolenkitbuurt werd beoogd om de kwaliteit van leven in de buurt te bevorderen, waaraan werd gewerkt met een interdisciplinair team van kunstenaars, buurtbewoners, het stadsdeel en de woningcorporatie Rochdale.
In de eerste fase werd gestart met het ondervragen van buurtbewoners. Uit deze gesprekken kon geconcludeerd worden dat het gebrek aan leefbaarheid dat gesignaleerd werd door de overheid niet werd waargenomen door de bewoners: zij leefden er prettig, maar waren wel bang voor de stadsvernieuwing en de grote organen (de overheid en woningcorporaties). Ten aanzien van de fysieke ruimte kwam aan het licht dat er in deze wijk een tekort is aan ontmoetingsplekken.
Hierop volgend is Cascoland gestart met een organisch groeiproces. Verschillende kleine interventies werden uitgeprobeerd, om vervolgens de geslaagde interventies voort te zetten en uit te breiden.
Zo werd in september 2010 (in de eerste maand dat het project liep) al een tijdelijk buurtrestaurant opgezet in één van de zogenaamde Piggelmeewoningen. In november 2010 werden mobiele kippenhokken geplaatst op het braakliggende Jan van Schaffelaarplantsoen. Bewoners werden beheerders van de kippenhokken. Ook werden in het vervolg hierop op de Leeuwendalersweg mobiele tuintjes geplaatst. 

Logeerhuis in één van de zogenaamde Piggelmeewoningen.
Voor kleinbehuisde buurtbewoners kan dit een aanvullende logeerkamer vormen.

Zodoende heeft dit project van Cascoland een sterk maatschappelijk karakter, maar benut het tegelijkertijd leegstaande en braakliggende delen van de stad en beoogt het eveneens een impuls te geven aan de aantrekkelijkheid van dit deel van de stad.

Op 1 mei 2012 loopt het project van Cascoland af. Mogelijk wordt het voortgezet op initiatief van buurtbewoners, die op eigen gelegenheid zorg gaan dragen voor de kippenhokken en mobiele tuintjes.

Mobiele tuintjes op de Leeuwendalersweg

Zie voor meer informatie: www.cascoland.nl