Dit artikel in de reeks over projecten met een op bottom-up geïnspireerde werkwijze gaat over de nieuwe invulling van het Koud Gas Gebouw: Amsterdam Roest.
Begin 2011 zocht Stadgenoot ondernemers die het Koud Gas Gebouw op het Oostenburgereiland een tijdelijke bestemming konden geven en het pand daarbij zelf wilden opknappen voor dit doeleinde. Thijs Timmers en Nadia Duinker, die op dat moment Canvas op de 7e in het Volkskrantgebouw al vier jaar succesvol runden, schreven een voorstel voor de horecagelegenheid Amsterdam Roest en kregen een huurcontract van vijf jaar aangeboden. Het voorstel was voor Stadgenoot overtuigend door de verbindingen met Canvas op de 7e. De financiering was ook al grotendeels rond dankzij een voorinvestering van Grolsch. De initiatiefnemers beogen om deze investering in vijf jaar terug te verdienen.
In het voorjaar van 2011
werd besloten om het huurcontract te verlengen tot zeven jaar. Tegenover
de gunstige huursom werd de verplichting geplaatst om het gebouw op te
knappen.
Het doel van de initiatiefnemers was in eerste instantie om van Amsterdam Roest een combinatie tussen een camping en een café te maken. Een jaar later is de koers bijgesteld en wordt meer de sfeer van een buurttuin of een park beoogd.
Amsterdam Roest kent wat betreft organisatievorm een bottom-up aanpak, maar is dit in essentie niet omdat Stadgenoot de aanzet heeft gegeven tot het initiatief. Dit laatste geeft echter wel aan dat de waarde van kleine initiatieven die van onderaf worden ontwikkeld, wel wordt onderkend door geïnstitutionaliseerde partijen.
Begin april 2012 bracht Stadgenoot de toekomstvisie voor het Oostenburgereiland naar buiten. Beoogd wordt dit deel van de stad geleidelijk, organisch te ontwikkelen. Stadgenoot zal zodoende geen grootschalig plan maken voor het gehele eiland en dit in één keer uitvoeren, maar stap voor stap kleinere delen aanpakken. Amsterdam Roest heeft de aanzet gegeven tot de transformatie van het terrein en blijft voorlopig aanwezig op het Oostenburgereiland. Inmiddels worden steeds meer publieke functies toegevoegd.
Posts tonen met het label #horeca. Alle posts tonen
Posts tonen met het label #horeca. Alle posts tonen
Hannekes Boom – naar aanleiding van een prijsvraag van de Gemeente
Een vierde artikel in de reeks over projecten met een bottom-up
geïnspireerde werkwijze.
In 2010 schreef de Gemeente Amsterdam een prijsvraag uit voor tijdelijke “horeca-plus” op de kop van de Dijksgracht aan het Oosterdok. In deze prijsvraag stond niet geformuleerd waar hem die ‘plus’ inzat, met andere woorden hoe deze horeca zich zou moeten onderscheiden van een reguliere horecavoorziening. Wouter Valkenier, Gijs de Waal en Pim Evers reageerden op de prijsvraag met het idee van Hannekes Boom, een horecapaviljoen waar evenementen konden plaatsvinden en waaraan bovendien een haventje zou worden toegevoegd. In mei 2010 kregen de drie te horen dat ze hadden gewonnen. De prijs was de locatie en medewerking van de gemeente; financieel moest alles verder zelf worden geregeld. De drie initiatiefnemers hadden in het proces meerdere petten op: zij waren opdrachtgever, financier, ontwerper, bouwer en eigenaar.
Ook richtten zij de B.V. op die momenteel Hannekes Boom exploiteert. De drie deden dus alles zelf, inclusief het bureaucratische proces van bouwaanvragen indienen en wijzigingen in het bestemmingsplan aanvragen. De financiering berust geheel op eigen investeringen. Om deze reden moesten de bouwkosten zo laag mogelijk worden gehouden, wat ertoe leidde dat een half jaar lang afvalmateriaal werd verzameld, waarmee later het paviljoen is gebouwd. Met de Gemeente is een tijdelijke bestemming van vijf jaar (tot medio 2016) afgesproken.
Om ervoor te zorgen dat Hannekes Boom een goed eerste seizoen zou draaien, was het belangrijk al in het voorjaar open te gaan. In minder dan een jaar moesten daarom de plannen worden gemaakt, het materiaal worden verzameld, de benodigde vergunningen worden aangevraagd en het paviljoen worden gebouwd en ingericht. Aan deze planning werd voldaan. Beoogd was bovendien om de investeringen in drie jaar terug te verdienen om daarna nog twee jaar winst te kunnen maken. Op deze planning wordt inmiddels vooruitgelopen.
Structurele kostenposten zijn het onderhoud van het gebouw en de huur van de locatie. Als de vergunning afloopt moeten kosten worden gemaakt voor de sloop van het paviljoen. Inkomsten worden gegenereerd door de horeca en mogelijkerwijs komt de Stichting in aanmerking voor een éénmalige subsidie van de provincie Noord-Holland.
Ook Hannekes Boom vertoont veel kenmerken van een bottom-up project. Maar omdat het horecapaviljoen voortkomt uit een prijsvraag waarin bovendien de functie van het gebouw al vastlag, is hier toch duidelijk sprake van top-down planning. Vooral vanwege deze fawijkende aanloopfase is het project niet opgenomen in het eerste hoofdstuk van dit rapport. Waar de initiatiefnemers van een echt bottom-up vaak een zware taak hebben aan het vinden van gemeentelijke steun voor hun ideeën - zie bijvoorbeeld de Afbramerij - was dat bij Hannekes Boom geenszins nodig. Uiteraard bevat de organisatiestructuur van het project bevat wel leermomenten voor bottom-up projecten.
In 2010 schreef de Gemeente Amsterdam een prijsvraag uit voor tijdelijke “horeca-plus” op de kop van de Dijksgracht aan het Oosterdok. In deze prijsvraag stond niet geformuleerd waar hem die ‘plus’ inzat, met andere woorden hoe deze horeca zich zou moeten onderscheiden van een reguliere horecavoorziening. Wouter Valkenier, Gijs de Waal en Pim Evers reageerden op de prijsvraag met het idee van Hannekes Boom, een horecapaviljoen waar evenementen konden plaatsvinden en waaraan bovendien een haventje zou worden toegevoegd. In mei 2010 kregen de drie te horen dat ze hadden gewonnen. De prijs was de locatie en medewerking van de gemeente; financieel moest alles verder zelf worden geregeld. De drie initiatiefnemers hadden in het proces meerdere petten op: zij waren opdrachtgever, financier, ontwerper, bouwer en eigenaar.
Ook richtten zij de B.V. op die momenteel Hannekes Boom exploiteert. De drie deden dus alles zelf, inclusief het bureaucratische proces van bouwaanvragen indienen en wijzigingen in het bestemmingsplan aanvragen. De financiering berust geheel op eigen investeringen. Om deze reden moesten de bouwkosten zo laag mogelijk worden gehouden, wat ertoe leidde dat een half jaar lang afvalmateriaal werd verzameld, waarmee later het paviljoen is gebouwd. Met de Gemeente is een tijdelijke bestemming van vijf jaar (tot medio 2016) afgesproken.
Om ervoor te zorgen dat Hannekes Boom een goed eerste seizoen zou draaien, was het belangrijk al in het voorjaar open te gaan. In minder dan een jaar moesten daarom de plannen worden gemaakt, het materiaal worden verzameld, de benodigde vergunningen worden aangevraagd en het paviljoen worden gebouwd en ingericht. Aan deze planning werd voldaan. Beoogd was bovendien om de investeringen in drie jaar terug te verdienen om daarna nog twee jaar winst te kunnen maken. Op deze planning wordt inmiddels vooruitgelopen.
Structurele kostenposten zijn het onderhoud van het gebouw en de huur van de locatie. Als de vergunning afloopt moeten kosten worden gemaakt voor de sloop van het paviljoen. Inkomsten worden gegenereerd door de horeca en mogelijkerwijs komt de Stichting in aanmerking voor een éénmalige subsidie van de provincie Noord-Holland.
Ook Hannekes Boom vertoont veel kenmerken van een bottom-up project. Maar omdat het horecapaviljoen voortkomt uit een prijsvraag waarin bovendien de functie van het gebouw al vastlag, is hier toch duidelijk sprake van top-down planning. Vooral vanwege deze fawijkende aanloopfase is het project niet opgenomen in het eerste hoofdstuk van dit rapport. Waar de initiatiefnemers van een echt bottom-up vaak een zware taak hebben aan het vinden van gemeentelijke steun voor hun ideeën - zie bijvoorbeeld de Afbramerij - was dat bij Hannekes Boom geenszins nodig. Uiteraard bevat de organisatiestructuur van het project bevat wel leermomenten voor bottom-up projecten.
Noorderparkbar
Stadsdeel Noord is volop in
ontwikkeling. Het Stadsdeel wordt gekenmerkt door zijn omvang, diversiteit en
relatief vele ruimte. Verschillende locaties in Noord verkeren in staat van
(her)ontwikkeling. Zo ook het Noorderpark, waarvan het definitief ontwerp in
juli 2007 werd vastgesteld. De Noorderparkkamer is opgezet als culturele huiskamer van het park.
In
maart 2012 werd naast de Noorderparkkamer tevens de Noorderparkbar geopend. Dit
project is niet alleen bottom-up uitgevoerd
volgens de in de inleiding gestelde definitie. De initiatiefnemers beriepen
zich ook op de materiële bijdragen van zoveel mogelijk particulieren, op de
mankracht die door Marktplaats werd aangeboden en op donaties die via
voordekunst.nl binnenkwamen. Crowdsourcing is het sleutelwoord in dit project. Bovendien is de totstandkoming ervan in direct
verband met de crisis te zien, zo zegt initiatiefnemer Peter van Assche: “Zeker
drie jaar werd er vergaderd met moeilijke, belangrijke mannen met stropdassen.
Maar toen brak godzijdank de recessie uit.”
Profiel initiatiefnemer en doel project
Het project is begonnen met een toevallige
ontmoeting op het Noorderparkfestival in de zomer van 2008 tussen Floor Ziegler
van de Noorderparkkamer, Reinder Bakker van Overtreders W en Peter van Assche
van bureau SLA. Floor Ziegler had behoefte aan een extra paviljoen bij de
Noorderparkkamer, Peter van Assche had ooit een – nooit uitgevoerde –
pianostudio bedacht die enkel uit materialen van Marktplaats zou bestaan en
Reinder Bakker speelde met het idee van een paviljoen dat gemaakt zou worden
van containerframes. De combinatie van deze ideeën mondde uit in het idee voor
de Noorderparkbar.
Peter
van Assche is directeur en architect bij Bureau Sla. Reinder Bakker is ontwerper bij ruimtelijk ontwerpbureau Overtreders W. Floor Ziegler is
artistiek leider van de Noorderparkbar.
Het
doel van het project was om horeca te creëren op een locatie waar behoefte aan
was. Bovendien was de Noorderparkbar de samenkomst van drie ideeën, waarmee het
ook naast de functionele wensen ook persoonlijke wensen vervulde.
Programma en planning
Het paviljoen wordt ingevuld met
horeca en sanitaire voorzieningen. Na de ontmoeting in 2008 was er weinig
sprake van planning. In april 2009 gaf Ymere-Noord na een presentatie aan in te
willen stappen met een groot bedrag; de Noorderparkbar dreigde een enorm
project te worden. Door de crisis vonden deze grote plannen geen doorgang. In
maart 2011 benaderde Ymere de initiatiefnemers weer met een bedrag uit een
buurtinitiatievenbudget. Hoewel dit bedrag aanzienlijk kleiner was dan het
eerder gestelde, zagen de initiatiefnemers dit als voldoende om van start te
gaan. De hoop was destijds om in september 2011 open te kunnen, maar dat is
uitgelopen tot maart 2012.
Financieel traject, organisatiestructuur en
eigendomssituatie
Ymere heeft in maart 2011 een bedrag
van €28.000 gesponsord aan het project. Via voordekunst.nl ontving de
Noorderparkbar nog eens €11.500, waarvan €7.500 geschonken was door
Marktplaats. Marktplaats schonk bovendien 80 medewerkers die allen een dagdeel
geholpen hebben aan de bouw van de bar. Verder zitten er veel uren van Reindert
Bakker, Peter van Assche, Jorrit Vijn (ruimtelijk kunstenaar) en medewerkers
van de Noorderparkkamer. Het project is bovendien mogelijk gemaakt door de
schenking van veel materialen door particulieren (uit de buurt en via
Marktplaats). De financiële giften zijn binnengekomen bij Bureau SLA – er is
geen aparte stichting of vereniging gecreëerd voor de Noorderparkbar.
Er schuilt verder geen verdienmodel
achter het project. De investeringen die gemaakt zijn door de initiatiefnemers
worden niet meer terugverdiend. De bar is nu dan ook niet in eigendom van Peter van
Assche of Reinder Bakker.
Locatie-eigenschappen en schaal
De nieuwe bar ligt in het
Noorderpark, een groot groen gebied in Amsterdam-Noord, bestaande uit het
Florapark en het Volewijkspark. De parken worden gescheiden door het
Noordhollandsch kanaal en de Nieuwe Leeuwarderweg. Het totale park is 30
hectare groot. De Noorderparkbar ligt in het Volewijkspark en is een gebouwtje
van 18 m2 met een terrein van 18 m2 eromheen.
Status en toekomstperspectief
De Noorderparkbar is in maart 2012
van start gegaan en is permanent.
Volkskrantgebouw
Begin 2007 verliet de Volkskrant het
gebouw aan de Wibautstraat dat in 1965 voor de redactie van de krant ontworpen
was. Het Oosten (nu Stadgenoot) kocht het pand als onderdeel van de
grootschalige stedelijke herontwikkeling van de zogenaamde Parool-driehoek.
Deze plannen werden op de lange baan geschoven omdat verschillende partijen
zich terugtrokken uit het project en er een nieuw ontwikkelingsproces werd gestart.
Urban Resort benaderde in deze periode Het Oosten om een broedplaatsen te
creëren in het voormalige kantoor.
De Wibautstraat wordt zodoende gekenmerkt door de verkeersdrukte en de grote kantoren. Rond 2002 werden plannen gevormd om de Wibautstraat, en dan met name de “Parooldriehoek” – gelegen tegenover het Volkskrantgebouw – te transformeren en verschillende gebouwen te slopen. Met de crisis stagneerden deze plannen en kregen andere initiatieven de ruimte. De Parooltoren, het Trouwgebouw en het Volkskrantgebouw kregen zo tijdelijke nieuwe invullingen. Als zodanig maakt de transformatie van dit laatste pand door Urban Resort deel uit van een grotere stedelijke vernieuwing, die noodgedwongen door de crisis een strategiewijziging heeft gekend. Urban Resort was, door Stadgenoot te benaderen, een voorloper in deze strategiewijziging.
Het
ontwikkelingsproces van deze locatie is zeer interessant, omdat het Volkskrantgebouw recent (eind 2011) verkocht is aan een
nieuwe partij en herontwikkeld zal worden. Hiermee is uit deze casus af te
lezen wat de effecten van tijdelijk gebruik kunnen zijn.
Initiatiefnemers en doel project
In 2007 werd Urban Resort opgericht,
een organisatie die creatievelingen van betaalbare werkruimte wil voorzien en
dit wil bereiken door de duizenden vierkante meters (kantoor)ruimte die niet
benut worden hiervoor in te zetten. Gezien deze leegstand en het stagneren van
bouwactiviteiten vanaf 2008, is Urban Resort toevalligerwijs precies op het
goede moment opgericht. De eerste locatie van Urban Resort werd het
Volkskrantgebouw, waar zij ook zelf introkken en nog steeds gevestigd zijn.
Urban Resort is een afwijkende initiatiefnemer: een klein groepje idealisten, dat met hun exploitatie van dit gebouw geen winst voor ogen had. Urban Resort wilde met de transformatie van het Volkskrantgebouw een bijdrage leveren aan de culturele verlevendiging van Amsterdam. Urban Resort treedt op als verbindende schakel tussen het grote aanbod van leegstaande werk- en kantoorruimtes in en om Amsterdam, en de grote vraag naar bedrijfsruimte voor dolende groepen van kunstenaars, ambachtslieden en (door)startende ondernemers in de creatieve sector. Traditionele initiatiefnemers van ontwikkelingsprojecten – corporaties, ontwikkelaars en overheden – zagen rond 2008 wel het probleem van de vele leegstaande kantoorpanden, maar verkeerden niet in de mogelijkheid om deze ruimtes aan te bieden aan partijen die zich aan de onderkant van de markt bevinden. De gemeente is immers gehouden aan grenzen bij het risicodragend ontwikkelen van bedrijfspanden, en projectontwikkelaars en corporaties kunnen en willen de zakelijke risico’s meestal niet aangaan. Aangezien de ruimtes ook niet verhuurd werden aan “gewone” partijen (die de normale huur konden betalen), ontstond het nijpende probleem van leegstand. De oplossing om dit tegen te gaan, het verhuren van de ruimtes voor niet-marktconforme prijzen – aan de onderkant van de markt, (door)starters en creatievelingen – vroeg daarmee wel om een minder traditionele initiatiefnemer, één die de risico’s wél kon en durfde te dragen.
Urban Resort is een afwijkende initiatiefnemer: een klein groepje idealisten, dat met hun exploitatie van dit gebouw geen winst voor ogen had. Urban Resort wilde met de transformatie van het Volkskrantgebouw een bijdrage leveren aan de culturele verlevendiging van Amsterdam. Urban Resort treedt op als verbindende schakel tussen het grote aanbod van leegstaande werk- en kantoorruimtes in en om Amsterdam, en de grote vraag naar bedrijfsruimte voor dolende groepen van kunstenaars, ambachtslieden en (door)startende ondernemers in de creatieve sector. Traditionele initiatiefnemers van ontwikkelingsprojecten – corporaties, ontwikkelaars en overheden – zagen rond 2008 wel het probleem van de vele leegstaande kantoorpanden, maar verkeerden niet in de mogelijkheid om deze ruimtes aan te bieden aan partijen die zich aan de onderkant van de markt bevinden. De gemeente is immers gehouden aan grenzen bij het risicodragend ontwikkelen van bedrijfspanden, en projectontwikkelaars en corporaties kunnen en willen de zakelijke risico’s meestal niet aangaan. Aangezien de ruimtes ook niet verhuurd werden aan “gewone” partijen (die de normale huur konden betalen), ontstond het nijpende probleem van leegstand. De oplossing om dit tegen te gaan, het verhuren van de ruimtes voor niet-marktconforme prijzen – aan de onderkant van de markt, (door)starters en creatievelingen – vroeg daarmee wel om een minder traditionele initiatiefnemer, één die de risico’s wél kon en durfde te dragen.
Programma
De doelgroep van Urban Resort was
begin 2007 de onderkant van de markt. In april 2007 startte de werving van kandidaat-huurders. Er werd hierbij gebruik gemaakt van het eigen netwerk en
bestaande wachtlijsten. Bovendien werd informatie verspreid onder verschillende
hogescholen. De tijd was echter krap en zodoende was men afhankelijk van
huurders die zich zouden aanmelden, op basis waarvan in korte tijd
verschillende functies over het gebouw werden verspreid. De horecagelegenheid
Canvas op de 7e werd geplaatst op de bovenverdieping. De gehele
begane grond was in eerste instantie bedoeld voor De Appel, maar deze trok zich
helaas terug. Vervolgens werd een andere huurder gezocht en gevonden met
maatschappelijke betekenis: Stedelijk Jongerenwerk Amsterdam (SJA) betrok begin
2008 het pand. Verder betrok in het najaar van 2008 een huurder de kelder, die
daar geluidsstudio’s en oefenruimtes creëerde. Ook worden verschillende ruimtes
geregeld gebruikt voor tijdelijke evenementen. Verdeeld over het gehele pand
werden verder vanaf medio 2007 al ateliers en andere werkruimtes verhuurd.
Zoals blijkt uit de komst van de verschillende huurders heeft de verhuur en
ontwikkeling van het Volkskrantgebouw gefaseerd plaatsgevonden en was er als
zodanig niet op voorhand sprake van een uitgedacht programma.
Urban Resort heeft zich
georganiseerd als Stichting en huurt vanuit deze rechtsvorm het
Volkskrantgebouw van de eigenaar Het Oosten (inmiddels Stadgenoot) voor de lage
prijs van €25 per m2.
De eerste subsidies kwamen vanuit Bureau Broedplaatsen van de Gemeente en bedroegen 70.000 aan voorbereidingskosten en 65.000 aan brandveiligheids-aanpassingen. Hiernaast stelde Bureau Broedplaatsen en Amsterdam Topstad samen nog eens 200.000 beschikbaar voor het instandhouden van het gebouw (met name bedoeld voor de verwarmings- en ventialatie-installaties). Stadgenoot droeg bovendien een subsidie van 200.000 euro aan voor het opknappen van de verouderde installaties en het in stand houden van het gebouw. De samen verworven 400.000 euro aan subsidies bleek echter onvoldoende om het gebouw wat betreft installaties en inrichtingen te bekostigen. Stadgenoot stelde zich daarop bereid nog eens 209.377 te lenen aan Urban Resort – de Gemeente wilde garant staan voor 50% van die lening. Ook verstrekte Stadgenoot nog een subsidie van 32.515 voor het maken van goede oppervlaktemetingen. Tot slot ontving Urban Resort van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten 20.000 euro voor het organiseren van Volksevents. Andere inkomsten verkreeg Urban Resort uit de verhuur van de ruimtes.
De eerste subsidies kwamen vanuit Bureau Broedplaatsen van de Gemeente en bedroegen 70.000 aan voorbereidingskosten en 65.000 aan brandveiligheids-aanpassingen. Hiernaast stelde Bureau Broedplaatsen en Amsterdam Topstad samen nog eens 200.000 beschikbaar voor het instandhouden van het gebouw (met name bedoeld voor de verwarmings- en ventialatie-installaties). Stadgenoot droeg bovendien een subsidie van 200.000 euro aan voor het opknappen van de verouderde installaties en het in stand houden van het gebouw. De samen verworven 400.000 euro aan subsidies bleek echter onvoldoende om het gebouw wat betreft installaties en inrichtingen te bekostigen. Stadgenoot stelde zich daarop bereid nog eens 209.377 te lenen aan Urban Resort – de Gemeente wilde garant staan voor 50% van die lening. Ook verstrekte Stadgenoot nog een subsidie van 32.515 voor het maken van goede oppervlaktemetingen. Tot slot ontving Urban Resort van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten 20.000 euro voor het organiseren van Volksevents. Andere inkomsten verkreeg Urban Resort uit de verhuur van de ruimtes.
Planning
In januari 2007 begonnen de onderhandelingen
tussen Het Oosten en Urban Resort, in april werd begonnen aan de werving van
nieuwe huurders en in juni namen de eerste huurders hun intrek. Zoals is
gebleken onder het kopje Programma was
het tijdsbestek kort en was er geen sprake van een rigide planning.
Locatie-eigenschappen en schaal
Een kantorencomplex van 10.000 m2
dat zich bevindt langs de Wibautstraat, die vanaf de jaren zestig een
belangrijke verkeersader werd. Gezien de gunstige ligging ten opzichte van het
centrum werd het ook een aantrekkelijke plek voor bedrijven, die zich er vanaf
deze periode vestigden. Aan het einde van de straat bevonden zich drie kranten:
Trouw, Volkskrant en het Parool.
De Wibautstraat wordt zodoende gekenmerkt door de verkeersdrukte en de grote kantoren. Rond 2002 werden plannen gevormd om de Wibautstraat, en dan met name de “Parooldriehoek” – gelegen tegenover het Volkskrantgebouw – te transformeren en verschillende gebouwen te slopen. Met de crisis stagneerden deze plannen en kregen andere initiatieven de ruimte. De Parooltoren, het Trouwgebouw en het Volkskrantgebouw kregen zo tijdelijke nieuwe invullingen. Als zodanig maakt de transformatie van dit laatste pand door Urban Resort deel uit van een grotere stedelijke vernieuwing, die noodgedwongen door de crisis een strategiewijziging heeft gekend. Urban Resort was, door Stadgenoot te benaderen, een voorloper in deze strategiewijziging.
Status
Loopt, maar met een contract tot
juni 2014. Het pand is inmiddels gekocht door Job Heimans van Magnificent 8,
die een creatief hotel gaat maken van het pand, waarbij het bedoeling is dat de
werkplekken voor creatievelingen behouden worden, evenals Canvas op de 7e, de horecagelegenheid op de bovenste etage.
NDSM-werf
In 1999 werd een prijsvraag door de
gemeente uitgeschreven om de NDSM-loods op het gelijknamige terrein een tijdelijke bestemming te geven. De tijdelijke invulling zou de gemeente de tijd geven een
strategie- en investeringsbesluit voor de herontwikkeling van de NDSM van
industrieterrein tot gemengd woon-, werk- en recreatiegebied te maken. Eva de
Klerk, Hessel Dokkum en Michael Groenewegen verenigden zich voor de prijsvraag
in Stichting Kinetisch Noord, dienden een voorstel in en wonnen de prijsvraag.
Eva de Klerk is de voornaamste
initiatiefnemer van Stichting Kinetisch Noord. Hessel Dokkum en Carolien
Felbrugge waren adviseurs en medeoprichters van de stichting. Michael
Groenewegen was betrokken als partner in het project en zou het opzetten van een Skatepark in de loods op zich nemen, evenals
Jolien van der Maden, die later Café Noorderlicht heeft opgezet. Deze groep zag eind jaren negentig
potentie in het oude fabrieksterrein. In hun plan op de uitgeschreven
prijsvraag, stelden zij voor de oude loods van ruim 20.000 m2 met een hoogte
van 20 meter te behouden en daarbinnen een Kunststad, een casco-framework voor
ateliers te bouwen. Het doel was drieledig. Ten eerste was er de wens om
betaalbare werkruimtes voor kunstenaars te realiseren om hen te behouden voor
de stad. Ten tweede wilde zij zelfredzaamheid en eigen initiatief stimuleren.
En tot slot wilden architectonisch belangwekkende panden behouden en deze
ontsluiting voor publiek.
Programma
Programmatisch werd er voor gekozen
het grootste gedeelte van de ruimte te benutten voor de Kunststad, een deel
voor een skatebaan en een deel voor tijdelijke evenementen.
Financieel traject, organisatiestructuur en
eigendomssituatie
De rechtsvorm van het initiatief is
een Stichting: Kinetisch Noord. De financiering voor het project kwamen vanuit
verschillende subsidiënten.
Na het winnen van de prijsvraag,
verrichtte Stichting Kinetisch Noord in 2000 een haalbaarheidsonderzoek,
waaruit bleek dat het plan niet haalbaar was binnen de gestelde vijf jaar.
Voorgesteld werd een langere gebruikstermijn te creëren. De Stichting wilde het
pand ook wel kopen, maar deze wens werd niet gehonoreerd. Tot op heden is de loods
eigendom van Stadsdeel Amsterdam-Noord. De gebruikstermijn werd verlengd en er
werd een huurcontract van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2012
ondertekend.
De cascostad hield in dat de Stichting zorg zou dragen voor een framework in de loods, waarin huurders zelf hun atelier konden realiseren. De kosten van een container konden verschillen van enkele duizenden euro’s tot 15.000 duizend euro. Er werd geen rigide planningstermijn gehanteerd voor het creëren van de cascostad: deze moest organisch, container voor container, groeien.
Voordat dit gerealiseerd kon worden, moest het pand gebruiksklaar worden gemaakt. Stadsdeel Noord was als eigenaar verantwoordelijk voor de buitenkant, de Stichting voor het interieur. De vernieuwing van het dak werd betaald met een lening van het stadsdeel, dat met de eerste huuropbrengsten kon worden terugbetaald. De volgende stap was de energievoorziening. De stichting kreeg vanuit het ministerie van VROM subsidie in het kader van de IPSV-regeling (Innovatie Programma Stedelijke Vernieuwing) ter begeleiding van het collectief particuliere opdrachtgeverschap-traject. Bij het Kunstenplan 2000-2004 werden verder fondsen aangevraagd, evenals bij Bureau Broedplaatsen. De gemeentelijke Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling heeft verder een bedrag beschikbaar gesteld voor een indoor-skatepark, dat deel uitmaakt van een jongerenproject.
Uiteindelijk werd 1/3 van de te bouwen stad gefinancierd vanuit subsidie en 2/3 vanuit de gebruikers zelf, die elk zelf investeerden in hun eigen container en inrichting. Hierbij moet gesteld worden dat anno 2012 het project nog niet ten einde is; nog steeds is het gebouw en de casco-stad in ontwikkeling.
De cascostad hield in dat de Stichting zorg zou dragen voor een framework in de loods, waarin huurders zelf hun atelier konden realiseren. De kosten van een container konden verschillen van enkele duizenden euro’s tot 15.000 duizend euro. Er werd geen rigide planningstermijn gehanteerd voor het creëren van de cascostad: deze moest organisch, container voor container, groeien.
Voordat dit gerealiseerd kon worden, moest het pand gebruiksklaar worden gemaakt. Stadsdeel Noord was als eigenaar verantwoordelijk voor de buitenkant, de Stichting voor het interieur. De vernieuwing van het dak werd betaald met een lening van het stadsdeel, dat met de eerste huuropbrengsten kon worden terugbetaald. De volgende stap was de energievoorziening. De stichting kreeg vanuit het ministerie van VROM subsidie in het kader van de IPSV-regeling (Innovatie Programma Stedelijke Vernieuwing) ter begeleiding van het collectief particuliere opdrachtgeverschap-traject. Bij het Kunstenplan 2000-2004 werden verder fondsen aangevraagd, evenals bij Bureau Broedplaatsen. De gemeentelijke Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling heeft verder een bedrag beschikbaar gesteld voor een indoor-skatepark, dat deel uitmaakt van een jongerenproject.
Uiteindelijk werd 1/3 van de te bouwen stad gefinancierd vanuit subsidie en 2/3 vanuit de gebruikers zelf, die elk zelf investeerden in hun eigen container en inrichting. Hierbij moet gesteld worden dat anno 2012 het project nog niet ten einde is; nog steeds is het gebouw en de casco-stad in ontwikkeling.
Planning
Na het haalbaarheidsonderzoek uit
2000, werd gewerkt aan de financieringen. Begin 2002 werd een start gemaakt met
het opruimen van het terrein en de herbestrating. Vervolgens moest het dak vernieuwd
worden, wat in 2003 klaar was. Hierna
moesten de gevels gerenoveerd worden (vanaf februari 2004). In april 2004 kon
begonnen worden aan het bouwen aan de Oostvleugel, welke de bestemming voor
locatietheatergroepen zou krijgen. Een jaar later, april 2005, kon begonnen
worden aan de bouw van de Kunststad, welke in december 2006 gereed moest komen.
In de tussentijd konden de huurders werken aan het afbouwen van hun eigen
ruimtes. Het project liep enige vertraging op en de Kunststad kon uiteindelijk in
oktober 2007 geopend worden.
Locatie-eigenschappen en schaal
De NDSM-werf is een voormalige
scheepsbouwloods van de Nederlandsche Dok en Scheepvaartmaatschappij. Het
terrein bestaat uit een ensemble van gebouwen, waarvan de NDSM-loods verreweg
de grootste is. Daarbij bevinden zich op het terrein twee grote hellingen,
waarvandaan de schepen het IJ in werden gelaten. Dankzij de wijze waarop het
terrein nog steeds goed afleesbaar is, is het nu Rijksmonument verklaard.
Status en toekomstperspectief
Lopend, in ontwikkeling.
Abonneren op:
Posts (Atom)











