Dit artikel in de reeks over projecten met een op bottom-up geïnspireerde werkwijze gaat over de nieuwe invulling van het Koud Gas Gebouw: Amsterdam Roest.
Begin 2011 zocht Stadgenoot ondernemers die het Koud Gas Gebouw op het Oostenburgereiland een tijdelijke bestemming konden geven en het pand daarbij zelf wilden opknappen voor dit doeleinde. Thijs Timmers en Nadia Duinker, die op dat moment Canvas op de 7e in het Volkskrantgebouw al vier jaar succesvol runden, schreven een voorstel voor de horecagelegenheid Amsterdam Roest en kregen een huurcontract van vijf jaar aangeboden. Het voorstel was voor Stadgenoot overtuigend door de verbindingen met Canvas op de 7e. De financiering was ook al grotendeels rond dankzij een voorinvestering van Grolsch. De initiatiefnemers beogen om deze investering in vijf jaar terug te verdienen.
In het voorjaar van 2011
werd besloten om het huurcontract te verlengen tot zeven jaar. Tegenover
de gunstige huursom werd de verplichting geplaatst om het gebouw op te
knappen.
Het doel van de initiatiefnemers was in eerste instantie om van Amsterdam Roest een combinatie tussen een camping en een café te maken. Een jaar later is de koers bijgesteld en wordt meer de sfeer van een buurttuin of een park beoogd.
Amsterdam Roest kent wat betreft organisatievorm een bottom-up aanpak, maar is dit in essentie niet omdat Stadgenoot de aanzet heeft gegeven tot het initiatief. Dit laatste geeft echter wel aan dat de waarde van kleine initiatieven die van onderaf worden ontwikkeld, wel wordt onderkend door geïnstitutionaliseerde partijen.
Begin april 2012 bracht Stadgenoot de toekomstvisie voor het Oostenburgereiland naar buiten. Beoogd wordt dit deel van de stad geleidelijk, organisch te ontwikkelen. Stadgenoot zal zodoende geen grootschalig plan maken voor het gehele eiland en dit in één keer uitvoeren, maar stap voor stap kleinere delen aanpakken. Amsterdam Roest heeft de aanzet gegeven tot de transformatie van het terrein en blijft voorlopig aanwezig op het Oostenburgereiland. Inmiddels worden steeds meer publieke functies toegevoegd.
Posts tonen met het label #oost. Alle posts tonen
Posts tonen met het label #oost. Alle posts tonen
Zeilen over het Zeeburgereiland – een prijsvraag van de gemeente
Het
tweede artikel in de reeks over projecten met een bottom-up
geïnspireerde werkwijze.
Wie de
wind graag gebruikt als brandstof voor zijn wagen, hoeft daarvoor
niet meer naar een strand aan de Noordzee. Op het Zeeburgereiland
komt in de loop van dit jaar een zeilwagenpark. Dan kan iedereen daar
een driewieler met een zeil huren om een stukje te rijden.
Dinsdagochtend
heeft wethouder Maarten van Poelgeest voor het symbolische bedrag van
€1,- de
Sluisbuurt voor de komende tien jaar verhuurd aan Rutger Eltink.
Eltink is samen met Guido van Rijn de winnaar van de prijsvraag, die was uitgeschreven voor de
tijdelijke bestemming van de Sluisbuurt. Uit de zevenentwintig
inzendingen voor de prijsvraag had het plan van Eltink volgens de
jury de meeste meerwaarde voor Amsterdam.
Net
als in de Houthavens wil de Gemeente met het uitschrijven van de
prijsvraag ruimte bieden aan initiatief van
niet-geïnstitutionaliseerde partijen, mits het goed georganiseerd
is. Bepaalde
functies, waaronder woningbouw, uitgaansgelegenheden en grote
evenementen, zijn bij voorbaat uitgesloten. Volgens Projectbureau
IJburg is gebiedspromotie niet de beweegreden voor het tijdelijk
beschikbaar stellen van het Zeeburgereiland. Het werd door de
wethouder als zonde ervaren dat dit grote stuk stad jarenlang niet
gebruikt zou worden – in een stad waar vierkante meters schaars
zijn, en de prijs ervan hoog is.
Opvallend aan dit scenario van de gemeente om bottom-up initiatiefnemers op deze plek de ruimte te geven, is dat de prijsvraag oorspronkelijk werd uitgeschreven naar aanleiding van het initiatief Breakland. De initiatiefnemers hiervan, de Amsterdam Pioniers, waren al langere tijd bezig voet aan de grond te krijgen op het Zeeburgereiland, om aldaar hun project op te starten.
Toen de Gemeente de prijsvraag
uitschreef was er dan ook in eerste instantie vreugde bij de
Amsterdam Pioniers, tot bleek dat zij op geen enkele manier aan de
strenge randvoorwaarden konden voldoen. Deze loop van omstandigheden
geeft aan dat burgerinitiatieven en het overheidsapparaat dikwijls
moeilijk te verenigen zijn.
Bij
de bekendmaking van de winnaar, afgelopen dinsdag, adviseerde de jury
de Gemeente om een deel van het terrein open te houden voor
organische ontwikkeling. Eltink wil ook graag betrokken blijven bij
deze ontwikkelingen om te voorkomen dat te veel bebouwing op het
terrein de essentiële wind zal gaan belemmeren. Daarnaast zegt hij ook ruimte nodig te hebben voor het mogelijk maken van alternatieve activiteiten voor als op het zeilparcours een keer echt geen zuchtje wind staat.
Over
een jaar moet alles in de Sluisbuurt gereed zijn, inclusief loods
voor het onderhoud van de wagentjes en een passende
horecagelegenheid. Eltink wil nu eerst beginnen met het op een
natuurlijke manier verharden van de grond op het terrein. Over los
zand is het namelijk maar moeilijk zeilen. Na de zomer zouden dan de
eerste zeilwagens op het Zeeburgereiland al in actie te zien zijn.
Binnenkort
meer informatie op landzeilpark.nl en windnwheels.nl
Op de Valreep Dierenasyl
Oostpoort in Amsterdam-Oost was ooit
beter bekend onder de naam ‘Polderweggebied’, refererend aan de weg die het
gebied vanaf de Linnaeusstraat tot aan het water van de Ringdijk omgrensde. De
nieuwe naam is gegeven door Stadsdeel Oost en de ontwikkelingscombinatie OCP
(Stadgenoot, Ymere en Bouwfonds) die hier een nieuw stedelijk centrumgebied
ontwikkelen. De wijk moet gekenmerkt worden door de grote mix aan voorzieningen
en functies: een winkelcentrum, woningen, horeca, sportaccomodaties, culturele
instellingen, onderwijsinstellingen, maatschappelijke voorzieningen en een
parkeergarage. De planvorming van het gebied is te kenmerken als een klassieke
vorm van top-down planning.
In
dit gebied, op Polderweg 120, bevindt zich een gemeentelijk monument. Het
gebouw was oorspronkelijk de Ammoniakfabriek van de Oostergasfabriek, maar
staat in de buurt met name bekend als het Dierenasiel Polderweg, dat hier
jarenlang in gevestigd was. In juli 2011 werd het gebouw gekraakt. Hoewel
kraken illegaal is en er zodoende geen sprake is van een “officieel” bottom-up proces, is er in dit project
bij uitstek sprake van een beweging van onderaf. Het project past exact in de gestelde definitie van bottom-up.
Profiel initiatiefnemer en doel project
Een groep van ongeveer veertig
krakers heeft in juli het pand gekraakt. De leden van deze groep zijn veelal
tussen de twintig en de dertig en woonachtig in Amsterdam-Oost. Het doel van
het project is tweeledig. De groep is van mening dat de inrichting van deze buurt
zich voltrekt dankzij handige één-tweetjes tussen woningcorporaties,
ontwikkelaars en het stadsdeel. Er wordt een dure wijk gebouwd,
waarvoor verschillende sociale huurwoningen hebben moeten wijken. Het eerste
doel van de groep is dan ook om dit aan de orde stellen. Ten tweede willen de
initiatiefnemers, die zich verenigd hebben onder de naam Op de Valreep Dierenasyl een levendige, sociaal-culturele plek
creëren met behoud van het gebouw. Uiteindelijk zou een soort mix tussen de
Westergasfabriek en de geitenboerderij in het Amsterdamse Bos moeten ontstaan
in Oostpoort: een plek voor en door de buurt.
Programma en planning
Momenteel wordt de grootste zaal
gebruikt voor concerten en culturele evenementen. In dezelfde zaal worden
echter ook sportlessen, workshops en filmavonden georganiseerd. Buurtbewoners mogen ideeën aandragen en kunnen activiteiten voorstellen of zelf organiseren. De andere
ruimtes zijn meer ingericht in een huiskamercafésfeer. Er wordt niet gewoond in
het complex. Omdat de groep illegaal is, is er geen sprake van een
langetermijnplanning.
Financieel traject, organisatiestructuur en
eigendomssituatie
De programmering en activiteiten van
Op de Valreep worden vooralsnog
gefinancierd met giften van buurtbewoners en de krakers zelf. Bovendien worden
veel activiteiten mogelijk gemaakt door de inzet van vrijwilligers. Er is nog
niet gekozen voor een rechtsvorm, omdat de groep op die wijze zichzelf zou
institutionaliseren, hetgeen uiterst onverstandig zou zijn gezien de
illegaliteit van de bezigheden.
De krakers hebben voorgesteld aan
het Stadsdeel om het gebouw van de eigenaar (Ymere) te kopen en zelfstandig te
renoveren en van een nieuwe functie te voorzien. Vooralsnog is hier niet op
ingegaan, waardoor het financiële en organisatorische traject momenteel stil
staat.
Locatie-eigenschappen en schaal
Momenteel is Oostpoort een groot gebied
waar de bouw grotendeels stil ligt en zodoende een groot terrein braak ligt. In de toekomst zal het zich kenmerken door nieuwbouw
en enkele overgebleven industriële bouwwerken, waar het gemeentelijk monument
er één van is. Het gebouw beslaat ongeveer 300 m2.
Status en toekomstperspectief
Het voormalige Dierenasiel heeft
momenteel de functie die de initiatiefnemers wilden. Het gebruik van het gebouw
door de krakers is echter illegaal, wat zij het liefst anders zouden zien.
De krakers hebben voorgesteld het gebouw te kopen of te huren om vervolgens
zorg te dragen voor de ontwikkeling en exploitatie ervan. Er zijn verschillende
voorbeelden van situaties waarin een illegale kraak is omgezet in een legale
(veelal tijdelijke) ingebruikname van een locatie. Het is nog niet duidelijk of Op de Valreep dit voor elkaar kan
krijgen.
Bovenstaande tekst is tot stand gekomen door een interview met Imre van Op de Valreep.
Labels:
#bottom-up,
#hergebruik,
#illegaal,
#kraak,
#oost
Volkskrantgebouw
Begin 2007 verliet de Volkskrant het
gebouw aan de Wibautstraat dat in 1965 voor de redactie van de krant ontworpen
was. Het Oosten (nu Stadgenoot) kocht het pand als onderdeel van de
grootschalige stedelijke herontwikkeling van de zogenaamde Parool-driehoek.
Deze plannen werden op de lange baan geschoven omdat verschillende partijen
zich terugtrokken uit het project en er een nieuw ontwikkelingsproces werd gestart.
Urban Resort benaderde in deze periode Het Oosten om een broedplaatsen te
creëren in het voormalige kantoor.
De Wibautstraat wordt zodoende gekenmerkt door de verkeersdrukte en de grote kantoren. Rond 2002 werden plannen gevormd om de Wibautstraat, en dan met name de “Parooldriehoek” – gelegen tegenover het Volkskrantgebouw – te transformeren en verschillende gebouwen te slopen. Met de crisis stagneerden deze plannen en kregen andere initiatieven de ruimte. De Parooltoren, het Trouwgebouw en het Volkskrantgebouw kregen zo tijdelijke nieuwe invullingen. Als zodanig maakt de transformatie van dit laatste pand door Urban Resort deel uit van een grotere stedelijke vernieuwing, die noodgedwongen door de crisis een strategiewijziging heeft gekend. Urban Resort was, door Stadgenoot te benaderen, een voorloper in deze strategiewijziging.
Het
ontwikkelingsproces van deze locatie is zeer interessant, omdat het Volkskrantgebouw recent (eind 2011) verkocht is aan een
nieuwe partij en herontwikkeld zal worden. Hiermee is uit deze casus af te
lezen wat de effecten van tijdelijk gebruik kunnen zijn.
Initiatiefnemers en doel project
In 2007 werd Urban Resort opgericht,
een organisatie die creatievelingen van betaalbare werkruimte wil voorzien en
dit wil bereiken door de duizenden vierkante meters (kantoor)ruimte die niet
benut worden hiervoor in te zetten. Gezien deze leegstand en het stagneren van
bouwactiviteiten vanaf 2008, is Urban Resort toevalligerwijs precies op het
goede moment opgericht. De eerste locatie van Urban Resort werd het
Volkskrantgebouw, waar zij ook zelf introkken en nog steeds gevestigd zijn.
Urban Resort is een afwijkende initiatiefnemer: een klein groepje idealisten, dat met hun exploitatie van dit gebouw geen winst voor ogen had. Urban Resort wilde met de transformatie van het Volkskrantgebouw een bijdrage leveren aan de culturele verlevendiging van Amsterdam. Urban Resort treedt op als verbindende schakel tussen het grote aanbod van leegstaande werk- en kantoorruimtes in en om Amsterdam, en de grote vraag naar bedrijfsruimte voor dolende groepen van kunstenaars, ambachtslieden en (door)startende ondernemers in de creatieve sector. Traditionele initiatiefnemers van ontwikkelingsprojecten – corporaties, ontwikkelaars en overheden – zagen rond 2008 wel het probleem van de vele leegstaande kantoorpanden, maar verkeerden niet in de mogelijkheid om deze ruimtes aan te bieden aan partijen die zich aan de onderkant van de markt bevinden. De gemeente is immers gehouden aan grenzen bij het risicodragend ontwikkelen van bedrijfspanden, en projectontwikkelaars en corporaties kunnen en willen de zakelijke risico’s meestal niet aangaan. Aangezien de ruimtes ook niet verhuurd werden aan “gewone” partijen (die de normale huur konden betalen), ontstond het nijpende probleem van leegstand. De oplossing om dit tegen te gaan, het verhuren van de ruimtes voor niet-marktconforme prijzen – aan de onderkant van de markt, (door)starters en creatievelingen – vroeg daarmee wel om een minder traditionele initiatiefnemer, één die de risico’s wél kon en durfde te dragen.
Urban Resort is een afwijkende initiatiefnemer: een klein groepje idealisten, dat met hun exploitatie van dit gebouw geen winst voor ogen had. Urban Resort wilde met de transformatie van het Volkskrantgebouw een bijdrage leveren aan de culturele verlevendiging van Amsterdam. Urban Resort treedt op als verbindende schakel tussen het grote aanbod van leegstaande werk- en kantoorruimtes in en om Amsterdam, en de grote vraag naar bedrijfsruimte voor dolende groepen van kunstenaars, ambachtslieden en (door)startende ondernemers in de creatieve sector. Traditionele initiatiefnemers van ontwikkelingsprojecten – corporaties, ontwikkelaars en overheden – zagen rond 2008 wel het probleem van de vele leegstaande kantoorpanden, maar verkeerden niet in de mogelijkheid om deze ruimtes aan te bieden aan partijen die zich aan de onderkant van de markt bevinden. De gemeente is immers gehouden aan grenzen bij het risicodragend ontwikkelen van bedrijfspanden, en projectontwikkelaars en corporaties kunnen en willen de zakelijke risico’s meestal niet aangaan. Aangezien de ruimtes ook niet verhuurd werden aan “gewone” partijen (die de normale huur konden betalen), ontstond het nijpende probleem van leegstand. De oplossing om dit tegen te gaan, het verhuren van de ruimtes voor niet-marktconforme prijzen – aan de onderkant van de markt, (door)starters en creatievelingen – vroeg daarmee wel om een minder traditionele initiatiefnemer, één die de risico’s wél kon en durfde te dragen.
Programma
De doelgroep van Urban Resort was
begin 2007 de onderkant van de markt. In april 2007 startte de werving van kandidaat-huurders. Er werd hierbij gebruik gemaakt van het eigen netwerk en
bestaande wachtlijsten. Bovendien werd informatie verspreid onder verschillende
hogescholen. De tijd was echter krap en zodoende was men afhankelijk van
huurders die zich zouden aanmelden, op basis waarvan in korte tijd
verschillende functies over het gebouw werden verspreid. De horecagelegenheid
Canvas op de 7e werd geplaatst op de bovenverdieping. De gehele
begane grond was in eerste instantie bedoeld voor De Appel, maar deze trok zich
helaas terug. Vervolgens werd een andere huurder gezocht en gevonden met
maatschappelijke betekenis: Stedelijk Jongerenwerk Amsterdam (SJA) betrok begin
2008 het pand. Verder betrok in het najaar van 2008 een huurder de kelder, die
daar geluidsstudio’s en oefenruimtes creëerde. Ook worden verschillende ruimtes
geregeld gebruikt voor tijdelijke evenementen. Verdeeld over het gehele pand
werden verder vanaf medio 2007 al ateliers en andere werkruimtes verhuurd.
Zoals blijkt uit de komst van de verschillende huurders heeft de verhuur en
ontwikkeling van het Volkskrantgebouw gefaseerd plaatsgevonden en was er als
zodanig niet op voorhand sprake van een uitgedacht programma.
Urban Resort heeft zich
georganiseerd als Stichting en huurt vanuit deze rechtsvorm het
Volkskrantgebouw van de eigenaar Het Oosten (inmiddels Stadgenoot) voor de lage
prijs van €25 per m2.
De eerste subsidies kwamen vanuit Bureau Broedplaatsen van de Gemeente en bedroegen 70.000 aan voorbereidingskosten en 65.000 aan brandveiligheids-aanpassingen. Hiernaast stelde Bureau Broedplaatsen en Amsterdam Topstad samen nog eens 200.000 beschikbaar voor het instandhouden van het gebouw (met name bedoeld voor de verwarmings- en ventialatie-installaties). Stadgenoot droeg bovendien een subsidie van 200.000 euro aan voor het opknappen van de verouderde installaties en het in stand houden van het gebouw. De samen verworven 400.000 euro aan subsidies bleek echter onvoldoende om het gebouw wat betreft installaties en inrichtingen te bekostigen. Stadgenoot stelde zich daarop bereid nog eens 209.377 te lenen aan Urban Resort – de Gemeente wilde garant staan voor 50% van die lening. Ook verstrekte Stadgenoot nog een subsidie van 32.515 voor het maken van goede oppervlaktemetingen. Tot slot ontving Urban Resort van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten 20.000 euro voor het organiseren van Volksevents. Andere inkomsten verkreeg Urban Resort uit de verhuur van de ruimtes.
De eerste subsidies kwamen vanuit Bureau Broedplaatsen van de Gemeente en bedroegen 70.000 aan voorbereidingskosten en 65.000 aan brandveiligheids-aanpassingen. Hiernaast stelde Bureau Broedplaatsen en Amsterdam Topstad samen nog eens 200.000 beschikbaar voor het instandhouden van het gebouw (met name bedoeld voor de verwarmings- en ventialatie-installaties). Stadgenoot droeg bovendien een subsidie van 200.000 euro aan voor het opknappen van de verouderde installaties en het in stand houden van het gebouw. De samen verworven 400.000 euro aan subsidies bleek echter onvoldoende om het gebouw wat betreft installaties en inrichtingen te bekostigen. Stadgenoot stelde zich daarop bereid nog eens 209.377 te lenen aan Urban Resort – de Gemeente wilde garant staan voor 50% van die lening. Ook verstrekte Stadgenoot nog een subsidie van 32.515 voor het maken van goede oppervlaktemetingen. Tot slot ontving Urban Resort van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten 20.000 euro voor het organiseren van Volksevents. Andere inkomsten verkreeg Urban Resort uit de verhuur van de ruimtes.
Planning
In januari 2007 begonnen de onderhandelingen
tussen Het Oosten en Urban Resort, in april werd begonnen aan de werving van
nieuwe huurders en in juni namen de eerste huurders hun intrek. Zoals is
gebleken onder het kopje Programma was
het tijdsbestek kort en was er geen sprake van een rigide planning.
Locatie-eigenschappen en schaal
Een kantorencomplex van 10.000 m2
dat zich bevindt langs de Wibautstraat, die vanaf de jaren zestig een
belangrijke verkeersader werd. Gezien de gunstige ligging ten opzichte van het
centrum werd het ook een aantrekkelijke plek voor bedrijven, die zich er vanaf
deze periode vestigden. Aan het einde van de straat bevonden zich drie kranten:
Trouw, Volkskrant en het Parool.
De Wibautstraat wordt zodoende gekenmerkt door de verkeersdrukte en de grote kantoren. Rond 2002 werden plannen gevormd om de Wibautstraat, en dan met name de “Parooldriehoek” – gelegen tegenover het Volkskrantgebouw – te transformeren en verschillende gebouwen te slopen. Met de crisis stagneerden deze plannen en kregen andere initiatieven de ruimte. De Parooltoren, het Trouwgebouw en het Volkskrantgebouw kregen zo tijdelijke nieuwe invullingen. Als zodanig maakt de transformatie van dit laatste pand door Urban Resort deel uit van een grotere stedelijke vernieuwing, die noodgedwongen door de crisis een strategiewijziging heeft gekend. Urban Resort was, door Stadgenoot te benaderen, een voorloper in deze strategiewijziging.
Status
Loopt, maar met een contract tot
juni 2014. Het pand is inmiddels gekocht door Job Heimans van Magnificent 8,
die een creatief hotel gaat maken van het pand, waarbij het bedoeling is dat de
werkplekken voor creatievelingen behouden worden, evenals Canvas op de 7e, de horecagelegenheid op de bovenste etage.
FUN-UP!
Er zijn veel mensen bezig met bottom-up gebiedsontwikkeling. Fun-Up bestaat nu ongeveer 3 jaar en is een bedrijf van Edo van der Kuur en Erik Groenenboom.
De initiatiefnemers signaleerden dat het in gebiedsontwikkeling altijd om grote plannen ging, maar dat mensen er zelden bij betrokken waren: door top-down te ontwikkelen verloren gebieden als de ZuidAs hun menselijke maat.
Fun-Up betrekt mensen weer bij stedelijke ontwikkeling. Een concept dat op het Makassaplein in Amsterdam-Oost is toegepast is die van de Oasis-game, waarbij een groep bewoners in tien dagen zoekt naar hun gemeenschappelijke dromen voor de locatie.
Het uiteindelijke fysieke resultaat doet er veel minder toe dan de sociale dimensie: mensen worden geprikkeld om zich een plek toe te eigenen, waarmee het top-down denken ontwricht wordt.
Fun-Up richt zich nu nog op kleinschalige, tijdelijke projecten, maar Erik en Edo willen ook werken op grotere schaal.
Meer lezen over Fun-Up? Bekijk de website: www.funup.nl
Abonneren op:
Posts (Atom)





