Posts tonen met het label #hergebruik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label #hergebruik. Alle posts tonen

Heesterveld - in opdracht van Ymere

Het derde artikel in de reeks over projecten met een bottom-up geïnspireerde werkwijze.

Het gebouwencomplex Heesterveld in Amsterdam-Zuidoost had een slecht imago. Ymere, eigenaar van het complex, is op 1 oktober 2009 begonnen met de formele uithuisplaatsing van de oude bewoners in aanloop naar de sloop van het complex, die gepland stond voor 2012. De bedoeling van Ymere is om op deze locatie nieuwbouw met sociale woningbouw (30%), vrije sector huurhuizen en koopwoningen te ontwikkelen.


In 2009 heeft Ymere Eva de Klerk, initiator van de Kunststad in de NDSM-loods in Noord, in de arm genomen om een plan te bedenken en uit te voeren voor de periode tot aan de sloop. In het projectvoorstel van Eva de Klerk schrijft zij: “het liefst ziet de regiodirecteur [van Ymere, red.] een hotspot ontstaan zoals Blijburg (een burgerinitiatief)”. Ymere, een traditionele partij in stedelijke ontwikkeling, erkent zodoende de betekenis die Blijburg (een bottom-up project) heeft gehad – en nog steeds heeft – voor zijn omgeving en huurt Eva de Klerk (een bottom-upper pur sang) in om rond Heesterveld een soortgelijk proces in gang te zetten.

Eva de Klerk nam de opdracht aan en stelde voor om Heesterveld in een jaar tijd om te vormen tot een culturele en creatieve ‘H-Spot’ waar lokaal ondernemerschap wordt gecombineerd met maatschappelijke functies. Bovendien moet een culturele programmering zorgen voor aanloop van buiten de wijk. Momenteel wonen en werken in het complex studenten van kunstacademies die er tevens hun werk exposeren. Ook wordt in het complex horeca gecreëerd. Om het gebouw straks in het oog te laten springen van iedere passant werkt de Klerk met een bevriende kunstenaar aan een ontwerp voor een gevelschildering. 


Dat Ymere voor deze aanpak in de tussentijd heeft gekozen, geeft aan dat traditionele partijen de kracht inzien van persoonlijk initiatief en het organische groeiproces. Maar vergeleken met echte bottom-up projecten – die binnen de in de inleiding gestelde definitie vallen – is de doelstelling van dit project duidelijk anders: Ymere heeft imagoverbetering van de locatie en de omgeving voor ogen, om uiteindelijk de ontwikkelde locatie goed te kunnen verkopen of verhuren, terwijl echte burgerinitiatieven vaak voortkomen uit wensen op een kleiner schaalniveau. Voor een burgerinitiatief kan de ontwikkeling van een plek tot creatieve hotspot een doel op zich zijn, voor een partij als Ymere is het altijd ook een middel, een instrument om een ander doel naderbij te brengen. Verondersteld kan dan ook worden dat dit instrument door een geïnstitutionaliseerde partij als Ymere niet langer wordt gebruikt zodra het geld voorhanden is om de locatie gelijk te ontwikkelen.

De Afbramerij


De NDSM-werf is een gebied in beweging, waar definitieve functies van de verschillende gebouwen nog lang niet allemaal zijn uitgekristalliseerd. De werf staat momenteel bekend als een creatieve vrijplaats, waar allerlei kunstdisciplines, kleine bedrijven, festivals en horeca ruim baan krijgen. Ook grotere bedrijven voelen zich aangetrokken tot het terrein: de HEMA en MTV hebben zich er inmiddels gevestigd. Kortom: de werf is een gebied in transformatie. Ook verschillende gebouwen bevinden zich in een transformatiemodus. De voormalige Afbramerij is er daar één van. Remco Streelder en Sander Buijs, die zich georganiseerd hebben in Booiz Projectontwikkeling willen dit gebouw transformeren in een bedrijfsverzamelgebouw, waarin verschillende creatieve disciplines (mode, kunst, architectuur, muziek) en evenementen samenkomen.



Profiel initiatiefnemers en doel project
De Afbramerij was ooit de locatie waarin het metaal ontdaan werd van de bramen en was onderdeel van de NDSM-werf. Toen de loods deze functie verloor, nam Streelder Metaal zijn intrek in het gebouw en werden er producten voor de industrie geproduceerd. Door de veranderende omgeving was het voor dit bedrijf rond 2006 onmogelijk geworden om de werkzaamheden voort te zetten. Besloten werd het bedrijf te verplaatsen naar een andere locatie en de loods te verkopen. Onmiddellijk trok dit projectontwikkelaars aan en Remco Streelder sloot een verkoopovereenkomst met één van hen. In januari 2010 zou het pand worden overgedragen, maar de ontwikkelaar bleek op dat moment niet over de brug te kunnen komen. Een jaar later trok hij zich definitief terug. Remco Streelder zag zich hierdoor genoodzaakt zijn bedrijf op de nieuwe locatie weer op te zeggen. De loods kreeg hij echter in tijden van financiële crisis niet goed verkocht. Bovendien was er niet meer het vertrouwen om het te verkopen aan projectontwikkelaars. Begin 2011 besloot hij daarom zelf een plan te maken en het gebouw te ontwikkelen. In drie maanden wilde hij de haalbaarheid ervan aantonen en een minimaal aantal partners over de streep hebben. In mei 2011 stapte Vattenfall, de grootste energiemaatschappij van Europa en eigenaar van Nuon in. Eind mei stapte bovendien BAM Utiliteitsbouw in als bouwpartner. Het doel van het project is om zelfstandig een duurzaam gebouw te creëren, waarin verschillende disciplines en evenementen die de NDSM-werf kenmerken, een onderkomen kunnen vinden.

Programma en planning
Omdat Booiz Projectontwikkeling nog geen bouwvergunning heeft van de Gemeente, zijn de grote fysieke veranderingen van het gebouw nog niet begonnen. Aangezien het gebouw echter al eigendom is van Remco Streelder, is het proces nu al van start gegaan met kleine ingrepen: momenteel speelt “De Afbramerij in between”. Verschillende tijdelijke functies worden gerealiseerd in het gebouw: een kleine bakkerij waar uitsluitend biologische deegproducten worden gebakken, een atelier en mogelijk een bedrijfsruimte. Ook is het aangezicht van het gebouw al veranderd door het plaatsen van een zeecontainer door de voordeur, waarin videobeelden worden afgespeeld. Bovendien staat gepland om zo snel mogelijk enkele zeecontainers in de ruimte plaatsen, waarin nog meer tijdelijke bedrijfsruimte kan worden gerealiseerd.
De huidige invulling heeft zodoende al veel weg van het definitieve programma, dat een combinatie van verschillende soorten creatieve disciplines op zoekt. Als het gebouw volgens het nu liggende ontwerp van JHK Architecten verder wordt ontwikkeld, zal de indeling als volgt zijn. De grote ruimte van de hal die nu al beschikbaar is zal in tweeën worden gesplitst, waarbij de voorste ruimte als entree- en evenementenruimte zal worden gebruikt. De achterste ruimte zal worden onderverdeeld in vier lagen, waar bedrijven zich kunnen vestigen. Bovenop de huidige hal zal nog een groot nieuw volume worden geplaatst. Vanuit de grote hal op de begane grond kan volledig tot de bovenste verdieping worden gekeken. 



            Er ligt momenteel nog geen planning, omdat Booiz Projectonwikkeling momenteel bezig is met de benodigde toestemmingen en vergunningen van de Gemeente te krijgen.

Financieel traject, organisatiestructuur en eigendomssituatie
De eigenaar van de Afbramerij, Remco Streelder, wilde niet meer in zee gaan met een projectonwikkelaar en was daarom genoodzaakt zelf die rol aan te nemen, wat leidde tot het opzetten van Booiz Projectonwikkeling B.V.. De insteek is om zelf het gehele traject te organiseren, waarbij eenderde investering van Vattenfall zal komen, eenderde van Booiz Projectonwikkeling en nog eenderde van een nog niet bepaalde partij. De investeringen zullen worden terugverdiend door de huuropbrengst, maar het is nog onduidelijk in hoeveel jaar dit zal gebeuren. De oorzaak hiervan is onduidelijke berichtgeving vanuit de Gemeente over de gevolgen van het ontwikkelen van het gebouw voor de erfpacht. De Afbramerij is momenteel al in het bezit van Remco Streelder.

Locatie-eigenschappen en schaal
De Afbramerij bevindt zich aan de westkant van de NDSMwerf, tussen het hoofdkantoor van de HEMA en dat van MTV. De loods is, net zoals veel van de andere loodsen op de werf, rechthoekig. De omvang van het oppervlak is 500 m2; de hoogte van het gebouw is 15 meter. Wanneer het gebouw volledig ontwikkeld zal worden, bereikt het hoogste punt ongeveer 30 meter.

Status en toekomstperspectief
De herontwikkeling van De Afbramerij loopt inmiddels: binnen de hal worden kleine ingrepen verricht die nieuwe functies mogelijk maken. Omdat er geen bouwvergunning is afgegeven, kent het project momenteel echter nog veel beperkingen. Bovendien is de huidige staat waarin het zich bevindt ver verwijderd van het beeld dat de initiatiefnemers voor zich hebben. Of dit particuliere initiatief ooit het vertrouwen van de Gemeente gaat winnen en het toekomstbeeld kan realiseren, is nu nog onduidelijk.

Op de Valreep Dierenasyl


Oostpoort in Amsterdam-Oost was ooit beter bekend onder de naam ‘Polderweggebied’, refererend aan de weg die het gebied vanaf de Linnaeusstraat tot aan het water van de Ringdijk omgrensde. De nieuwe naam is gegeven door Stadsdeel Oost en de ontwikkelingscombinatie OCP (Stadgenoot, Ymere en Bouwfonds) die hier een nieuw stedelijk centrumgebied ontwikkelen. De wijk moet gekenmerkt worden door de grote mix aan voorzieningen en functies: een winkelcentrum, woningen, horeca, sportaccomodaties, culturele instellingen, onderwijsinstellingen, maatschappelijke voorzieningen en een parkeergarage. De planvorming van het gebied is te kenmerken als een klassieke vorm van top-down planning.
            In dit gebied, op Polderweg 120, bevindt zich een gemeentelijk monument. Het gebouw was oorspronkelijk de Ammoniakfabriek van de Oostergasfabriek, maar staat in de buurt met name bekend als het Dierenasiel Polderweg, dat hier jarenlang in gevestigd was. In juli 2011 werd het gebouw gekraakt. Hoewel kraken illegaal is en er zodoende geen sprake is van een “officieel” bottom-up proces, is er in dit project bij uitstek sprake van een beweging van onderaf. Het project past exact in de gestelde definitie van bottom-up.


Profiel initiatiefnemer en doel project
Een groep van ongeveer veertig krakers heeft in juli het pand gekraakt. De leden van deze groep zijn veelal tussen de twintig en de dertig en woonachtig in Amsterdam-Oost. Het doel van het project is tweeledig. De groep is van mening dat de inrichting van deze buurt zich voltrekt dankzij handige één-tweetjes tussen woningcorporaties, ontwikkelaars en het stadsdeel. Er wordt een dure wijk gebouwd, waarvoor verschillende sociale huurwoningen hebben moeten wijken. Het eerste doel van de groep is dan ook om dit aan de orde stellen. Ten tweede willen de initiatiefnemers, die zich verenigd hebben onder de naam Op de Valreep Dierenasyl een levendige, sociaal-culturele plek creëren met behoud van het gebouw. Uiteindelijk zou een soort mix tussen de Westergasfabriek en de geitenboerderij in het Amsterdamse Bos moeten ontstaan in Oostpoort: een plek voor en door de buurt.

Programma en planning
Momenteel wordt de grootste zaal gebruikt voor concerten en culturele evenementen. In dezelfde zaal worden echter ook sportlessen, workshops en filmavonden georganiseerd. Buurtbewoners mogen ideeën aandragen en kunnen activiteiten voorstellen of zelf organiseren. De andere ruimtes zijn meer ingericht in een huiskamercafésfeer. Er wordt niet gewoond in het complex. Omdat de groep illegaal is, is er geen sprake van een langetermijnplanning.

Financieel traject, organisatiestructuur en eigendomssituatie
De programmering en activiteiten van Op de Valreep worden vooralsnog gefinancierd met giften van buurtbewoners en de krakers zelf. Bovendien worden veel activiteiten mogelijk gemaakt door de inzet van vrijwilligers. Er is nog niet gekozen voor een rechtsvorm, omdat de groep op die wijze zichzelf zou institutionaliseren, hetgeen uiterst onverstandig zou zijn gezien de illegaliteit van de bezigheden.
De krakers hebben voorgesteld aan het Stadsdeel om het gebouw van de eigenaar (Ymere) te kopen en zelfstandig te renoveren en van een nieuwe functie te voorzien. Vooralsnog is hier niet op ingegaan, waardoor het financiële en organisatorische traject momenteel stil staat.

Locatie-eigenschappen en schaal
Momenteel is Oostpoort een groot gebied waar de bouw grotendeels stil ligt en zodoende een groot terrein braak ligt. In de toekomst zal het zich kenmerken door nieuwbouw en enkele overgebleven industriële bouwwerken, waar het gemeentelijk monument er één van is. Het gebouw beslaat ongeveer 300 m2.

Status en toekomstperspectief
Het voormalige Dierenasiel heeft momenteel de functie die de initiatiefnemers wilden. Het gebruik van het gebouw door de krakers is echter illegaal, wat zij het liefst anders zouden zien. De krakers hebben voorgesteld het gebouw te kopen of te huren om vervolgens zorg te dragen voor de ontwikkeling en exploitatie ervan. Er zijn verschillende voorbeelden van situaties waarin een illegale kraak is omgezet in een legale (veelal tijdelijke) ingebruikname van een locatie. Het is nog niet duidelijk of Op de Valreep dit voor elkaar kan krijgen. 

Bovenstaande tekst is tot stand gekomen door een interview met Imre van Op de Valreep.

Volkskrantgebouw

Begin 2007 verliet de Volkskrant het gebouw aan de Wibautstraat dat in 1965 voor de redactie van de krant ontworpen was. Het Oosten (nu Stadgenoot) kocht het pand als onderdeel van de grootschalige stedelijke herontwikkeling van de zogenaamde Parool-driehoek. Deze plannen werden op de lange baan geschoven omdat verschillende partijen zich terugtrokken uit het project en er een nieuw ontwikkelingsproces werd gestart. Urban Resort benaderde in deze periode Het Oosten om een broedplaatsen te creëren in het voormalige kantoor.
Het ontwikkelingsproces van deze locatie is zeer interessant, omdat het Volkskrantgebouw recent (eind 2011) verkocht is aan een nieuwe partij en herontwikkeld zal worden. Hiermee is uit deze casus af te lezen wat de effecten van tijdelijk gebruik kunnen zijn.

Initiatiefnemers en doel project
In 2007 werd Urban Resort opgericht, een organisatie die creatievelingen van betaalbare werkruimte wil voorzien en dit wil bereiken door de duizenden vierkante meters (kantoor)ruimte die niet benut worden hiervoor in te zetten. Gezien deze leegstand en het stagneren van bouwactiviteiten vanaf 2008, is Urban Resort toevalligerwijs precies op het goede moment opgericht. De eerste locatie van Urban Resort werd het Volkskrantgebouw, waar zij ook zelf introkken en nog steeds gevestigd zijn.


Urban Resort is een afwijkende initiatiefnemer: een klein groepje idealisten, dat met hun exploitatie van dit gebouw geen winst voor ogen had. Urban Resort wilde met de transformatie van het Volkskrantgebouw een bijdrage leveren aan de culturele verlevendiging van Amsterdam. Urban Resort treedt op als verbindende schakel tussen het grote aanbod van leegstaande werk- en kantoorruimtes in en om Amsterdam, en de grote vraag naar bedrijfsruimte voor dolende groepen van kunstenaars, ambachtslieden en (door)startende ondernemers in de creatieve sector. Traditionele initiatiefnemers van ontwikkelingsprojecten – corporaties, ontwikkelaars en overheden – zagen rond 2008 wel het probleem van de vele leegstaande kantoorpanden, maar verkeerden niet in de mogelijkheid om deze ruimtes aan te bieden aan partijen die zich aan de onderkant van de markt bevinden. De gemeente is immers gehouden aan grenzen bij het risicodragend ontwikkelen van bedrijfspanden, en projectontwikkelaars en corporaties kunnen en willen de zakelijke risico’s meestal niet aangaan. Aangezien de ruimtes ook niet verhuurd werden aan “gewone” partijen (die de normale huur konden betalen), ontstond het nijpende probleem van leegstand. De oplossing om dit tegen te gaan, het verhuren van de ruimtes voor niet-marktconforme prijzen – aan de onderkant van de markt, (door)starters en creatievelingen – vroeg daarmee wel om een minder traditionele initiatiefnemer, één die de risico’s wél kon en durfde te dragen.

Programma
De doelgroep van Urban Resort was begin 2007 de onderkant van de markt. In april 2007 startte de werving van kandidaat-huurders. Er werd hierbij gebruik gemaakt van het eigen netwerk en bestaande wachtlijsten. Bovendien werd informatie verspreid onder verschillende hogescholen. De tijd was echter krap en zodoende was men afhankelijk van huurders die zich zouden aanmelden, op basis waarvan in korte tijd verschillende functies over het gebouw werden verspreid. De horecagelegenheid Canvas op de 7e werd geplaatst op de bovenverdieping. De gehele begane grond was in eerste instantie bedoeld voor De Appel, maar deze trok zich helaas terug. Vervolgens werd een andere huurder gezocht en gevonden met maatschappelijke betekenis: Stedelijk Jongerenwerk Amsterdam (SJA) betrok begin 2008 het pand. Verder betrok in het najaar van 2008 een huurder de kelder, die daar geluidsstudio’s en oefenruimtes creëerde. Ook worden verschillende ruimtes geregeld gebruikt voor tijdelijke evenementen. Verdeeld over het gehele pand werden verder vanaf medio 2007 al ateliers en andere werkruimtes verhuurd. Zoals blijkt uit de komst van de verschillende huurders heeft de verhuur en ontwikkeling van het Volkskrantgebouw gefaseerd plaatsgevonden en was er als zodanig niet op voorhand sprake van een uitgedacht programma.


Financieel traject, organisatiestructuur en eigendomssituatie
Urban Resort heeft zich georganiseerd als Stichting en huurt vanuit deze rechtsvorm het Volkskrantgebouw van de eigenaar Het Oosten (inmiddels Stadgenoot) voor de lage prijs van €25 per m2.
De eerste subsidies kwamen vanuit Bureau Broedplaatsen van de Gemeente en bedroegen 70.000 aan voorbereidingskosten en 65.000 aan brandveiligheids-aanpassingen. Hiernaast stelde Bureau Broedplaatsen en Amsterdam Topstad samen nog eens 200.000 beschikbaar voor het instandhouden van het gebouw (met name bedoeld voor de verwarmings- en ventialatie-installaties). Stadgenoot droeg bovendien een subsidie van 200.000 euro aan voor het opknappen van de verouderde installaties en het in stand houden van het gebouw. De samen verworven 400.000 euro aan subsidies bleek echter onvoldoende om het gebouw wat betreft installaties en inrichtingen te bekostigen. Stadgenoot stelde zich daarop bereid nog eens 209.377 te lenen aan Urban Resort – de Gemeente wilde garant staan voor 50% van die lening. Ook verstrekte Stadgenoot nog een subsidie van 32.515 voor het maken van goede oppervlaktemetingen. Tot slot ontving Urban Resort van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten 20.000 euro voor het organiseren van Volksevents. Andere inkomsten verkreeg Urban Resort uit de verhuur van de ruimtes.

Planning
In januari 2007 begonnen de onderhandelingen tussen Het Oosten en Urban Resort, in april werd begonnen aan de werving van nieuwe huurders en in juni namen de eerste huurders hun intrek. Zoals is gebleken onder het kopje Programma was het tijdsbestek kort en was er geen sprake van een rigide planning.

Locatie-eigenschappen en schaal
Een kantorencomplex van 10.000 m2 dat zich bevindt langs de Wibautstraat, die vanaf de jaren zestig een belangrijke verkeersader werd. Gezien de gunstige ligging ten opzichte van het centrum werd het ook een aantrekkelijke plek voor bedrijven, die zich er vanaf deze periode vestigden. Aan het einde van de straat bevonden zich drie kranten: Trouw, Volkskrant en het Parool. 


De Wibautstraat wordt zodoende gekenmerkt door de verkeersdrukte en de grote kantoren. Rond 2002 werden plannen gevormd om de Wibautstraat, en dan met name de “Parooldriehoek” – gelegen tegenover het Volkskrantgebouw – te transformeren en verschillende gebouwen te slopen. Met de crisis stagneerden deze plannen en kregen andere initiatieven de ruimte. De Parooltoren, het Trouwgebouw en het Volkskrantgebouw kregen zo tijdelijke nieuwe invullingen. Als zodanig maakt de transformatie van dit laatste pand door Urban Resort deel uit van een grotere stedelijke vernieuwing, die noodgedwongen door de crisis een strategiewijziging heeft gekend. Urban Resort was, door Stadgenoot te benaderen, een voorloper in deze strategiewijziging.

Status
Loopt, maar met een contract tot juni 2014. Het pand is inmiddels gekocht door Job Heimans van Magnificent 8, die een creatief hotel gaat maken van het pand, waarbij het bedoeling is dat de werkplekken voor creatievelingen behouden worden, evenals Canvas op de 7e, de horecagelegenheid op de bovenste etage.

De Hallen

Tramremise “De Hallen” in Stadsdeel West, sinds 2002 opgenomen op de Rijksmonumentenlijst, kent een rijke geschiedenis aan ontwikkelingsinitiatieven. In oktober 2011 is uiteindelijk gekozen om in zee te gaan met ontwikkelaar TROM en architectenbureau Van Stigt. Aangezien TROM is voortgekomen uit een buurtinitiatief en een financieringsstructuur zonder winstoogmerk kent, is het bij uitstek een voorbeeld van bottom-up stedebouw.
De geschiedenis van De Hallen is problematisch te noemen. Om niet te verzanden in de complexiteit van politieke en financiële problemen van jaren terug, zal in het volgende enkel de laatste stand van zaken worden aangehaald.


Initiatiefnemers en doel project
In 1996 raakte het complex zijn oorspronkelijke bestemming kwijt; tot dat moment was het in gebruik door het Gemeentevervoersbedrijf (GVB). In datzelfde jaar werd het complex eigendom van de Gemeente. Nadat het in 2001 een Rijksmonument was geworden, werd in 2002 het eerste bestemmingsplan gelanceerd. Vanaf dit moment zijn er talloze plannen geweest voor het complex, die alle keer op keer strandden.
Eind 2009 heeft het Stadsdeel aan ontwikkelaar Lingotto gevraagd om op korte termijn een plan van aanpak te maken voor een nieuwe herbestemming van de tramremise. Lingotto nam architectenbureau denieuwegeneratie in de arm. Na een bewonersavond heeft Lingotto een plan opgesteld dat vier mogelijke scenario's schetst: Design, Educatie, Werken, en Werken met buitenruimte. Besloten is toen om het project nog niet aan te besteden, maar om Lingotto te vragen de visie verder uit te werken in de eerste helft van 2010. Het planboek dat hieruit is voortgekomen zou de basis vormen voor de mogelijke realisatieovereenkomst tussen Lingotto en het stadsdeel. Wanneer dit niet mogelijk zou blijken, kon het stadsdeel afscheid nemen van Lingotto, waarbij het stadsdeel de plannen en ideeën van Lingotto die wél haalbaar waren zou mogen overnemen.


In deze periode verschijnt ook TROM (Tramremise Ontwikkelingsmaatschappij) ten tonele. De buurt heeft zich sinds 2002 altijd fel verzet tegen een groot cultureel centrum in de Hallen, vanwege te grote bezoekersstromen naar dit deel van de stad. TROM beoogt De Hallen een herbestemming te geven die het tot een levendige plek in de buurt maakt, en die qua karakter daar ook goed op aansluit. Tegelijkertijd moet de locatie ook “bovenwijkse” allure krijgen, en bezoekers uit andere stadsdelen aantrekken. TROM bestaat uit een groep buurtbewoners, geïnteresseerde huurders en architectenbureau Van Stigt, die al bij eerdere plannen voor De Hallen betrokken was. TROM is voortgekomen uit een klankbordgroep welke gevormd was in het kader van de planvorming van begin 2010. Hierin zaten buurtbewoners, leden van de vereniging Rondom de Hallen en potentieel geïnteresseerde huurders van de Hallen. De rechtsvorm van TROM is een Stichting, waarmee het initiatief ook geen winstoogmerk heeft. Eind 2011 werd TROM door het Stadsdeel verkozen boven Lingotto.

Programma
TROM heeft in 2011, evenals Lingotto, een plan ingediend voor de herontwikkeling van De Hallen. In dit plan staat vermeld hoe TROM beoogt De Hallen opnieuw in te richten. De belangrijkste schakel in het complex is de Passage, de enige hal die haaks op de andere staat en die als zodanig als een toegangspassage kan dienen. De Passage is tevens een straat die de Bilderdijkkade en Ten Katemarkt met elkaar verbindt. Rondom deze passage (hal 6 en 17) worden op de meest prominente plek de bibliotheek, kunstuitleen en andere cultuurfuncties gepland. Deze bedrijven en initiatieven kunnen hun locatie aan de passage ook benutten door de etalages te gebruiken voor exposure en exposities. De Passage zelf kan ook benut worden voor modeshows en tijdelijke markten. Verder wordt toegang geboden tot de andere hallen.
De rest van de programmering heeft zes belangrijke pijlers: buurtvoorzieningen (bibliotheek, kinderdagverblijf), kunst en cultuur, mode, media, horeca en hotel, ambachten en leer/werklocaties.


Financieel traject, organisatiestructuur en eigendomssituatie
TROM heeft De Hallen aangekocht van de Gemeente. De grondkosten (erfpacht) bedragen 4,3 miljoen. De bouwkosten worden geraamd op 34,1 miljoen (inclusief inbouwpakket van de gebruikers), andere kosten op 4 miljoen, onvoorziene zaken op 2 miljoen en de financieringslasten op 0,8. De totale kosten bedragen zo 41 miljoen. TROM zal dit terugverdienen door de huuropbrengst van 2,7 miljoen per jaar, welke in jaar 10 opgelopen zal zijn tot 3,1 miljoen per jaar. De netto huuropbrengst bedraagt 1,8 miljoen per jaar. TROM beoogt zo, als stichting zonder winstoogmerk, in 25 jaar de investeringen te hebben terugverdiend.

Planning
Na de verkiezing van TROM tot de partij die De Hallen zou gaan ontwikkelen, heeft de organisatie tot en met april 2012 de bouw voorbereid. Beoogd wordt gefaseerd te werken, zodat tijdens de bouw van bepaalde delen, andere al in gebruik kunnen worden genomen. De bedoeling is september 2014 de bouwactiviteiten volledig af te ronden.

Locatie-eigenschappen en schaal
De Hallen is een complex bestaande uit vijf sprongsgewijze in lengte toenemende tramstallingsruimten, elk voorzien van inrijbanen met rails, perrons ter weerszijden en kappen bestaande uit twee zadeldaken met kruispannen en met verhoogde lichtkappen in het midden. De kappen zijn voorzien van Polonceauspanten, met uitzondering van de eerste hal (aanzicht Bellamyplein), waar een zogenaamd Engels spant is geconstrueerd met vallende diagonalen. De lichtkappen zijn voorzien van draadglas. De architectonische vormgeving is aan de zijde van het Bellamyplein traditioneel bestaande uit bakstenen gevels met gesloten tuitgevels, grote houten panelen deuren die naar buiten openslaan en ter weerszijden ervan smalle verticale vensterassen (bron: www.cultureelerfgoed.nl).
           
Status
In voorbereidende fase.

NDSM-werf

In 1999 werd een prijsvraag door de gemeente uitgeschreven om de NDSM-loods op het gelijknamige terrein een tijdelijke bestemming te geven. De tijdelijke invulling zou de gemeente de tijd geven een strategie- en investeringsbesluit voor de herontwikkeling van de NDSM van industrieterrein tot gemengd woon-, werk- en recreatiegebied te maken. Eva de Klerk, Hessel Dokkum en Michael Groenewegen verenigden zich voor de prijsvraag in Stichting Kinetisch Noord, dienden een voorstel in en wonnen de prijsvraag.
           

Initiatiefnemers en doel project
Eva de Klerk is de voornaamste initiatiefnemer van Stichting Kinetisch Noord. Hessel Dokkum en Carolien Felbrugge waren adviseurs en medeoprichters van de stichting. Michael Groenewegen was betrokken als partner in het project en zou het opzetten van een Skatepark in de loods op zich nemen, evenals Jolien van der Maden, die later Café Noorderlicht heeft opgezet. Deze groep zag eind jaren negentig potentie in het oude fabrieksterrein. In hun plan op de uitgeschreven prijsvraag, stelden zij voor de oude loods van ruim 20.000 m2 met een hoogte van 20 meter te behouden en daarbinnen een Kunststad, een casco-framework voor ateliers te bouwen. Het doel was drieledig. Ten eerste was er de wens om betaalbare werkruimtes voor kunstenaars te realiseren om hen te behouden voor de stad. Ten tweede wilde zij zelfredzaamheid en eigen initiatief stimuleren. En tot slot wilden architectonisch belangwekkende panden behouden en deze ontsluiting voor publiek.

Programma
Programmatisch werd er voor gekozen het grootste gedeelte van de ruimte te benutten voor de Kunststad, een deel voor een skatebaan en een deel voor tijdelijke evenementen.

Financieel traject, organisatiestructuur en eigendomssituatie
De rechtsvorm van het initiatief is een Stichting: Kinetisch Noord. De financiering voor het project kwamen vanuit verschillende subsidiënten.
Na het winnen van de prijsvraag, verrichtte Stichting Kinetisch Noord in 2000 een haalbaarheidsonderzoek, waaruit bleek dat het plan niet haalbaar was binnen de gestelde vijf jaar. Voorgesteld werd een langere gebruikstermijn te creëren. De Stichting wilde het pand ook wel kopen, maar deze wens werd niet gehonoreerd. Tot op heden is de loods eigendom van Stadsdeel Amsterdam-Noord. De gebruikstermijn werd verlengd en er werd een huurcontract van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2012 ondertekend.
De cascostad hield in dat de Stichting zorg zou dragen voor een framework in de loods, waarin huurders zelf hun atelier konden realiseren. De kosten van een container konden verschillen van enkele duizenden euro’s tot 15.000 duizend euro. Er werd geen rigide planningstermijn gehanteerd voor het creëren van de cascostad: deze moest organisch, container voor container, groeien.


Voordat dit gerealiseerd kon worden, moest het pand gebruiksklaar worden gemaakt. Stadsdeel Noord was als eigenaar verantwoordelijk voor de buitenkant, de Stichting voor het interieur. De vernieuwing van het dak werd betaald met een lening van het stadsdeel, dat met de eerste huuropbrengsten kon worden terugbetaald. De volgende stap was de energievoorziening. De stichting kreeg vanuit het ministerie van VROM subsidie in het kader van de IPSV-regeling (Innovatie Programma Stedelijke Vernieuwing) ter begeleiding van het collectief particuliere opdrachtgeverschap-traject. Bij het Kunstenplan 2000-2004 werden verder fondsen aangevraagd, evenals bij Bureau Broedplaatsen. De gemeentelijke Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling heeft verder een bedrag beschikbaar gesteld voor een indoor-skatepark, dat deel uitmaakt van een jongerenproject.
Uiteindelijk werd 1/3 van de te bouwen stad gefinancierd vanuit subsidie en 2/3 vanuit de gebruikers zelf, die elk zelf investeerden in hun eigen container en inrichting. Hierbij moet gesteld worden dat anno 2012 het project nog niet ten einde is; nog steeds is het gebouw en de casco-stad in ontwikkeling.

           
Planning
Na het haalbaarheidsonderzoek uit 2000, werd gewerkt aan de financieringen. Begin 2002 werd een start gemaakt met het opruimen van het terrein en de herbestrating. Vervolgens moest het dak vernieuwd worden, wat in 2003 klaar was.  Hierna moesten de gevels gerenoveerd worden (vanaf februari 2004). In april 2004 kon begonnen worden aan het bouwen aan de Oostvleugel, welke de bestemming voor locatietheatergroepen zou krijgen. Een jaar later, april 2005, kon begonnen worden aan de bouw van de Kunststad, welke in december 2006 gereed moest komen. In de tussentijd konden de huurders werken aan het afbouwen van hun eigen ruimtes. Het project liep enige vertraging op en de Kunststad kon uiteindelijk in oktober 2007 geopend worden.

Locatie-eigenschappen en schaal
De NDSM-werf is een voormalige scheepsbouwloods van de Nederlandsche Dok en Scheepvaartmaatschappij. Het terrein bestaat uit een ensemble van gebouwen, waarvan de NDSM-loods verreweg de grootste is. Daarbij bevinden zich op het terrein twee grote hellingen, waarvandaan de schepen het IJ in werden gelaten. Dankzij de wijze waarop het terrein nog steeds goed afleesbaar is, is het nu Rijksmonument verklaard.

Status en toekomstperspectief
Lopend, in ontwikkeling.

Wat is bottom-up?


Er is niet één universele definitie van wat bottom-up is: iedereen die zich er mee bezig houdt, definieert het anders. Het tegenovergestelde ervan, top-down, laat zich makkelijker duiden: top-down is stedelijke planning, van bovenaf georganiseerd, waarbij de overheid van tevoren de exacte inrichting en het programma van een gebied kiest. Ontwerpers worden vervolgens in de arm genomen, en functies worden op bepaalde locaties gepland. De uiteindelijke gebruikers van het gebied kunnen via inspraakprocedures zich bemoeien met de gang van zaken.
ARCAM hanteert in de inventarisatie de volgende definitie: Een bottom-up initiatief is een niet-institutioneel geïnitieerd project, waarin de initiatiefnemer iets realiseert wat hij of zij zelf wil en de initiatiefnemer niet reageert op iets wat de overheid wil. De wensen van het particuliere initiatief en de overheid kunnen onverwacht wel overeen komen. De financiële structuur en het proces zijn vaak in het begin niet scherp uitgestippeld. Als zodanig is deze particuliere inmenging van burgers in het werkterrein van de overheid significant anders dan de traditionele inspraak. Het is eerder uitspraak, een daad, een actie – geen reactie.

Een project dat niet binnen de kaders van ARCAMs definitie valt is dat van kunstenaarsnetwerk Cascoland, dat van Stadsdeel West in 2010 de opdracht kreeg om bottom-up bij te dragen aan de ontwikkeling van de Kolenkitbuurt. Er is hier immers sprake van een opdracht. Toch is de aanpak van dit stadsdeel veelzeggend over de veranderende manier van met de stad omgaan. Voor de inventarisatie zijn dergelijke projecten even belangrijk; ze vallen alleen in een andere categorie en moeten benoemd worden als alternatieve strategie.

Cascoland is een internationaal netwerk van kunstenaars, architecten en ontwerpers, dat interventies in de publieke ruimte uitvoert, vaak gebruik makend van leegstaande gebouwen en braakliggende stukken grond. 


Kippenhokken op het braakliggende Jan van Schaffelaarplantsoen

In het geval van de Kolenkitbuurt werd beoogd om de kwaliteit van leven in de buurt te bevorderen, waaraan werd gewerkt met een interdisciplinair team van kunstenaars, buurtbewoners, het stadsdeel en de woningcorporatie Rochdale.
In de eerste fase werd gestart met het ondervragen van buurtbewoners. Uit deze gesprekken kon geconcludeerd worden dat het gebrek aan leefbaarheid dat gesignaleerd werd door de overheid niet werd waargenomen door de bewoners: zij leefden er prettig, maar waren wel bang voor de stadsvernieuwing en de grote organen (de overheid en woningcorporaties). Ten aanzien van de fysieke ruimte kwam aan het licht dat er in deze wijk een tekort is aan ontmoetingsplekken.
Hierop volgend is Cascoland gestart met een organisch groeiproces. Verschillende kleine interventies werden uitgeprobeerd, om vervolgens de geslaagde interventies voort te zetten en uit te breiden.
Zo werd in september 2010 (in de eerste maand dat het project liep) al een tijdelijk buurtrestaurant opgezet in één van de zogenaamde Piggelmeewoningen. In november 2010 werden mobiele kippenhokken geplaatst op het braakliggende Jan van Schaffelaarplantsoen. Bewoners werden beheerders van de kippenhokken. Ook werden in het vervolg hierop op de Leeuwendalersweg mobiele tuintjes geplaatst. 

Logeerhuis in één van de zogenaamde Piggelmeewoningen.
Voor kleinbehuisde buurtbewoners kan dit een aanvullende logeerkamer vormen.

Zodoende heeft dit project van Cascoland een sterk maatschappelijk karakter, maar benut het tegelijkertijd leegstaande en braakliggende delen van de stad en beoogt het eveneens een impuls te geven aan de aantrekkelijkheid van dit deel van de stad.

Op 1 mei 2012 loopt het project van Cascoland af. Mogelijk wordt het voortgezet op initiatief van buurtbewoners, die op eigen gelegenheid zorg gaan dragen voor de kippenhokken en mobiele tuintjes.

Mobiele tuintjes op de Leeuwendalersweg

Zie voor meer informatie: www.cascoland.nl