Posts tonen met het label #creatieven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label #creatieven. Alle posts tonen

Heesterveld - in opdracht van Ymere

Het derde artikel in de reeks over projecten met een bottom-up geïnspireerde werkwijze.

Het gebouwencomplex Heesterveld in Amsterdam-Zuidoost had een slecht imago. Ymere, eigenaar van het complex, is op 1 oktober 2009 begonnen met de formele uithuisplaatsing van de oude bewoners in aanloop naar de sloop van het complex, die gepland stond voor 2012. De bedoeling van Ymere is om op deze locatie nieuwbouw met sociale woningbouw (30%), vrije sector huurhuizen en koopwoningen te ontwikkelen.


In 2009 heeft Ymere Eva de Klerk, initiator van de Kunststad in de NDSM-loods in Noord, in de arm genomen om een plan te bedenken en uit te voeren voor de periode tot aan de sloop. In het projectvoorstel van Eva de Klerk schrijft zij: “het liefst ziet de regiodirecteur [van Ymere, red.] een hotspot ontstaan zoals Blijburg (een burgerinitiatief)”. Ymere, een traditionele partij in stedelijke ontwikkeling, erkent zodoende de betekenis die Blijburg (een bottom-up project) heeft gehad – en nog steeds heeft – voor zijn omgeving en huurt Eva de Klerk (een bottom-upper pur sang) in om rond Heesterveld een soortgelijk proces in gang te zetten.

Eva de Klerk nam de opdracht aan en stelde voor om Heesterveld in een jaar tijd om te vormen tot een culturele en creatieve ‘H-Spot’ waar lokaal ondernemerschap wordt gecombineerd met maatschappelijke functies. Bovendien moet een culturele programmering zorgen voor aanloop van buiten de wijk. Momenteel wonen en werken in het complex studenten van kunstacademies die er tevens hun werk exposeren. Ook wordt in het complex horeca gecreëerd. Om het gebouw straks in het oog te laten springen van iedere passant werkt de Klerk met een bevriende kunstenaar aan een ontwerp voor een gevelschildering. 


Dat Ymere voor deze aanpak in de tussentijd heeft gekozen, geeft aan dat traditionele partijen de kracht inzien van persoonlijk initiatief en het organische groeiproces. Maar vergeleken met echte bottom-up projecten – die binnen de in de inleiding gestelde definitie vallen – is de doelstelling van dit project duidelijk anders: Ymere heeft imagoverbetering van de locatie en de omgeving voor ogen, om uiteindelijk de ontwikkelde locatie goed te kunnen verkopen of verhuren, terwijl echte burgerinitiatieven vaak voortkomen uit wensen op een kleiner schaalniveau. Voor een burgerinitiatief kan de ontwikkeling van een plek tot creatieve hotspot een doel op zich zijn, voor een partij als Ymere is het altijd ook een middel, een instrument om een ander doel naderbij te brengen. Verondersteld kan dan ook worden dat dit instrument door een geïnstitutionaliseerde partij als Ymere niet langer wordt gebruikt zodra het geld voorhanden is om de locatie gelijk te ontwikkelen.

Cascoland in de Kolenkitbuurt – in opdracht van Stadsdeel West

De afgelopen maanden is op deze blog al duidelijk geworden hoe veelomvattend het thema bottom-up is. Soms zijn projecten niet als 100% bottom-up te bestempelen, maar zijn ze wel duidelijk geïnspireerd op bottom-up ideeën. Zo is er de ontwikkeling van een nieuwe werkwijze zichtbaar, die voortbouwt op buurtparticipatie en gebruik maakt van de creativiteit en inventiviteit van niet voor de hand liggende initiatiefnemers. 
De komende tijd zullen hier enkele verhalen verschijnen over deze projecten, die misschien wel op initiatief van de gemeente of overheid ontstaan, maar met de gratie van de betrokkenheid van bewoners pas echt succesvol worden. 
Vandaag een eerste blog over de Kolenkitbuurt in Amsterdam-West.

Kunstenaarsinitiatief Cascoland
In september 2010 kreeg kunstenaarsinitiatief Cascoland de opdracht om de leefbaarheid van de Kolenkitbuurt te bevorderen. Deze opdracht werd gefinancierd uit gelden van OCW ten behoeve van de zogenaamde Vogelaarbuurten. Stadsdeel West kreeg de beschikking over het beschikbaar gestelde budget en vroeg Cascoland en twee andere partijen om plannen in te dienen. Het voorstel van Cascoland had de vorm van een scenarioschets, zonder harde beloftes over het verloop van het proces. Cascoland mocht dit plan ter revitalisatie van de buurt uitvoeren en ging in september 2010 aan de slag.
Cascoland is een internationaal netwerk van kunstenaars, architecten en ontwerpers, die interdisciplinaire interventies in de publieke ruimte uitvoeren om mensen te wijzen op het bestaan en de mogelijkheden van publieke ruimte. De werkwijze van Cascoland berust op mobilisatie en participatie. Drijvende krachten achter het netwerk zijn beeldend kunstenaars Fiona de Bell en Roel Schoenmakers.



Cascoland nam de opdracht van Stadsdeel Nieuw-West aan op voorwaarde van een carte blanche: De Bell en Schoenmakers wilden hun project kunnen realiseren zonder beperkingen vooraf. Aan het Stadsdeel heeft Cascoland zodoende alleen uiteengezet hoe het project zou kunnen verlopen. In de Kolenkitbuurt werkte Cascoland niet met een vooropgezette planning. De pilot liep van september 2010 tot 1 maart 2011. Na evaluatie werd besloten het project met een jaar te verlengen. Het liep af op 1 mei jl.


Buurtparticipatie
In een vroeg stadium van het project voerden medewerkers van Cascoland gesprekken met buurtbewoners. Hieruit kwam naar voren dat het gebrek aan leefbaarheid zoals dat werd gesignaleerd door overheden, niet werd ervaren door de bewoners: zij leefden er prettig, maar waren juist bang voor de stadsvernieuwing en de grote organen (de overheid en woningcorporaties). In de fysieke ruimte werd in deze fase. Ook werd geconcludeerd dat er in de wijk te weinig ontmoetingsplekken zijn.


Op basis van deze signaleringen startte Cascoland zijn culturele interventies, daarbij aansturend op een organisch groeiproces. In september 2010 werd een tijdelijk buurtrestaurant opgezet in één van de Piggelmeewoningen die aan de kunstenaars ter beschikking waren gesteld. In november werden mobiele kippenhokken geplaatst op het braakliggende Jan van Schaffelaarplantsoen. Bewoners werden aangesteld als beheerders van de kippenhokken. In vervolg hierop werden langs de Leeuwendalersweg mobiele tuintjes geplaatst. Door deze ingrepen hebben diverse braakliggende terreinen een tijdelijke invulling gevonden, waarmee de aantrekkelijkheid van dit deel van de stad is vergroot. Bovendien bleken de mobiele kippenhokken en tuintjes cruciaal voor het versterken van de sociale cohesie in de buurt.

Bottom-up?
Het initiatief van Cascoland vertoont veel kenmerken van een bottom-up project, zoals het organische groeiproces, het ontbreken van een duidelijke planning, het betrekken van de buurt bij de ontwikkelingen en het profiel van de initiatiefnemers. Tegelijkertijd is hier sprake van een opdracht door de overheid en dus lag het initiatief voor de ontwikkeling bij een institutionele partij, die bovendien een vorm van regie heeft gevoerd - al heeft Cascoland ook nadrukkelijk speelruimte opgeëist. De toevlucht tot deze andere manier van werken moet worden gezien in relatie tot de crisis, waardoor de vernieuwingsoperatie van Nieuw-West is gestagneerd. De aloude aanpak met renovatie, sloop en nieuwbouw was hierdoor niet langer mogelijk. Het project van Cascoland in de Kolenkitbuurt is een goed voorbeeld van het inzetten van “bottom-up” als instrument in de verdere ontwikkeling in tijden van economische crisis.



Status
Dit voorjaar hebben bewoners zich sterk gemaakt om onder andere het Jan van Schaffelaarplantsoen tot een blijvend succes te maken. Het braakliggende terrein, wat tijdelijk volstond was met kippenhokken, maakt tegenwoordig een andere indruk. Een afgedankte boomgaard van 4 kersen- en 16 perenbomen krijgt hier een tweede leven en de grond is nu bedekt met groen en boterbloemen. Het in eerste instantie mobiele kippenhok heeft een vaste plaats verworven en waar in de winter nog een schaatsbaan was, wordt nu gebarbecued.

De Afbramerij


De NDSM-werf is een gebied in beweging, waar definitieve functies van de verschillende gebouwen nog lang niet allemaal zijn uitgekristalliseerd. De werf staat momenteel bekend als een creatieve vrijplaats, waar allerlei kunstdisciplines, kleine bedrijven, festivals en horeca ruim baan krijgen. Ook grotere bedrijven voelen zich aangetrokken tot het terrein: de HEMA en MTV hebben zich er inmiddels gevestigd. Kortom: de werf is een gebied in transformatie. Ook verschillende gebouwen bevinden zich in een transformatiemodus. De voormalige Afbramerij is er daar één van. Remco Streelder en Sander Buijs, die zich georganiseerd hebben in Booiz Projectontwikkeling willen dit gebouw transformeren in een bedrijfsverzamelgebouw, waarin verschillende creatieve disciplines (mode, kunst, architectuur, muziek) en evenementen samenkomen.



Profiel initiatiefnemers en doel project
De Afbramerij was ooit de locatie waarin het metaal ontdaan werd van de bramen en was onderdeel van de NDSM-werf. Toen de loods deze functie verloor, nam Streelder Metaal zijn intrek in het gebouw en werden er producten voor de industrie geproduceerd. Door de veranderende omgeving was het voor dit bedrijf rond 2006 onmogelijk geworden om de werkzaamheden voort te zetten. Besloten werd het bedrijf te verplaatsen naar een andere locatie en de loods te verkopen. Onmiddellijk trok dit projectontwikkelaars aan en Remco Streelder sloot een verkoopovereenkomst met één van hen. In januari 2010 zou het pand worden overgedragen, maar de ontwikkelaar bleek op dat moment niet over de brug te kunnen komen. Een jaar later trok hij zich definitief terug. Remco Streelder zag zich hierdoor genoodzaakt zijn bedrijf op de nieuwe locatie weer op te zeggen. De loods kreeg hij echter in tijden van financiële crisis niet goed verkocht. Bovendien was er niet meer het vertrouwen om het te verkopen aan projectontwikkelaars. Begin 2011 besloot hij daarom zelf een plan te maken en het gebouw te ontwikkelen. In drie maanden wilde hij de haalbaarheid ervan aantonen en een minimaal aantal partners over de streep hebben. In mei 2011 stapte Vattenfall, de grootste energiemaatschappij van Europa en eigenaar van Nuon in. Eind mei stapte bovendien BAM Utiliteitsbouw in als bouwpartner. Het doel van het project is om zelfstandig een duurzaam gebouw te creëren, waarin verschillende disciplines en evenementen die de NDSM-werf kenmerken, een onderkomen kunnen vinden.

Programma en planning
Omdat Booiz Projectontwikkeling nog geen bouwvergunning heeft van de Gemeente, zijn de grote fysieke veranderingen van het gebouw nog niet begonnen. Aangezien het gebouw echter al eigendom is van Remco Streelder, is het proces nu al van start gegaan met kleine ingrepen: momenteel speelt “De Afbramerij in between”. Verschillende tijdelijke functies worden gerealiseerd in het gebouw: een kleine bakkerij waar uitsluitend biologische deegproducten worden gebakken, een atelier en mogelijk een bedrijfsruimte. Ook is het aangezicht van het gebouw al veranderd door het plaatsen van een zeecontainer door de voordeur, waarin videobeelden worden afgespeeld. Bovendien staat gepland om zo snel mogelijk enkele zeecontainers in de ruimte plaatsen, waarin nog meer tijdelijke bedrijfsruimte kan worden gerealiseerd.
De huidige invulling heeft zodoende al veel weg van het definitieve programma, dat een combinatie van verschillende soorten creatieve disciplines op zoekt. Als het gebouw volgens het nu liggende ontwerp van JHK Architecten verder wordt ontwikkeld, zal de indeling als volgt zijn. De grote ruimte van de hal die nu al beschikbaar is zal in tweeën worden gesplitst, waarbij de voorste ruimte als entree- en evenementenruimte zal worden gebruikt. De achterste ruimte zal worden onderverdeeld in vier lagen, waar bedrijven zich kunnen vestigen. Bovenop de huidige hal zal nog een groot nieuw volume worden geplaatst. Vanuit de grote hal op de begane grond kan volledig tot de bovenste verdieping worden gekeken. 



            Er ligt momenteel nog geen planning, omdat Booiz Projectonwikkeling momenteel bezig is met de benodigde toestemmingen en vergunningen van de Gemeente te krijgen.

Financieel traject, organisatiestructuur en eigendomssituatie
De eigenaar van de Afbramerij, Remco Streelder, wilde niet meer in zee gaan met een projectonwikkelaar en was daarom genoodzaakt zelf die rol aan te nemen, wat leidde tot het opzetten van Booiz Projectonwikkeling B.V.. De insteek is om zelf het gehele traject te organiseren, waarbij eenderde investering van Vattenfall zal komen, eenderde van Booiz Projectonwikkeling en nog eenderde van een nog niet bepaalde partij. De investeringen zullen worden terugverdiend door de huuropbrengst, maar het is nog onduidelijk in hoeveel jaar dit zal gebeuren. De oorzaak hiervan is onduidelijke berichtgeving vanuit de Gemeente over de gevolgen van het ontwikkelen van het gebouw voor de erfpacht. De Afbramerij is momenteel al in het bezit van Remco Streelder.

Locatie-eigenschappen en schaal
De Afbramerij bevindt zich aan de westkant van de NDSMwerf, tussen het hoofdkantoor van de HEMA en dat van MTV. De loods is, net zoals veel van de andere loodsen op de werf, rechthoekig. De omvang van het oppervlak is 500 m2; de hoogte van het gebouw is 15 meter. Wanneer het gebouw volledig ontwikkeld zal worden, bereikt het hoogste punt ongeveer 30 meter.

Status en toekomstperspectief
De herontwikkeling van De Afbramerij loopt inmiddels: binnen de hal worden kleine ingrepen verricht die nieuwe functies mogelijk maken. Omdat er geen bouwvergunning is afgegeven, kent het project momenteel echter nog veel beperkingen. Bovendien is de huidige staat waarin het zich bevindt ver verwijderd van het beeld dat de initiatiefnemers voor zich hebben. Of dit particuliere initiatief ooit het vertrouwen van de Gemeente gaat winnen en het toekomstbeeld kan realiseren, is nu nog onduidelijk.

Volkskrantgebouw

Begin 2007 verliet de Volkskrant het gebouw aan de Wibautstraat dat in 1965 voor de redactie van de krant ontworpen was. Het Oosten (nu Stadgenoot) kocht het pand als onderdeel van de grootschalige stedelijke herontwikkeling van de zogenaamde Parool-driehoek. Deze plannen werden op de lange baan geschoven omdat verschillende partijen zich terugtrokken uit het project en er een nieuw ontwikkelingsproces werd gestart. Urban Resort benaderde in deze periode Het Oosten om een broedplaatsen te creëren in het voormalige kantoor.
Het ontwikkelingsproces van deze locatie is zeer interessant, omdat het Volkskrantgebouw recent (eind 2011) verkocht is aan een nieuwe partij en herontwikkeld zal worden. Hiermee is uit deze casus af te lezen wat de effecten van tijdelijk gebruik kunnen zijn.

Initiatiefnemers en doel project
In 2007 werd Urban Resort opgericht, een organisatie die creatievelingen van betaalbare werkruimte wil voorzien en dit wil bereiken door de duizenden vierkante meters (kantoor)ruimte die niet benut worden hiervoor in te zetten. Gezien deze leegstand en het stagneren van bouwactiviteiten vanaf 2008, is Urban Resort toevalligerwijs precies op het goede moment opgericht. De eerste locatie van Urban Resort werd het Volkskrantgebouw, waar zij ook zelf introkken en nog steeds gevestigd zijn.


Urban Resort is een afwijkende initiatiefnemer: een klein groepje idealisten, dat met hun exploitatie van dit gebouw geen winst voor ogen had. Urban Resort wilde met de transformatie van het Volkskrantgebouw een bijdrage leveren aan de culturele verlevendiging van Amsterdam. Urban Resort treedt op als verbindende schakel tussen het grote aanbod van leegstaande werk- en kantoorruimtes in en om Amsterdam, en de grote vraag naar bedrijfsruimte voor dolende groepen van kunstenaars, ambachtslieden en (door)startende ondernemers in de creatieve sector. Traditionele initiatiefnemers van ontwikkelingsprojecten – corporaties, ontwikkelaars en overheden – zagen rond 2008 wel het probleem van de vele leegstaande kantoorpanden, maar verkeerden niet in de mogelijkheid om deze ruimtes aan te bieden aan partijen die zich aan de onderkant van de markt bevinden. De gemeente is immers gehouden aan grenzen bij het risicodragend ontwikkelen van bedrijfspanden, en projectontwikkelaars en corporaties kunnen en willen de zakelijke risico’s meestal niet aangaan. Aangezien de ruimtes ook niet verhuurd werden aan “gewone” partijen (die de normale huur konden betalen), ontstond het nijpende probleem van leegstand. De oplossing om dit tegen te gaan, het verhuren van de ruimtes voor niet-marktconforme prijzen – aan de onderkant van de markt, (door)starters en creatievelingen – vroeg daarmee wel om een minder traditionele initiatiefnemer, één die de risico’s wél kon en durfde te dragen.

Programma
De doelgroep van Urban Resort was begin 2007 de onderkant van de markt. In april 2007 startte de werving van kandidaat-huurders. Er werd hierbij gebruik gemaakt van het eigen netwerk en bestaande wachtlijsten. Bovendien werd informatie verspreid onder verschillende hogescholen. De tijd was echter krap en zodoende was men afhankelijk van huurders die zich zouden aanmelden, op basis waarvan in korte tijd verschillende functies over het gebouw werden verspreid. De horecagelegenheid Canvas op de 7e werd geplaatst op de bovenverdieping. De gehele begane grond was in eerste instantie bedoeld voor De Appel, maar deze trok zich helaas terug. Vervolgens werd een andere huurder gezocht en gevonden met maatschappelijke betekenis: Stedelijk Jongerenwerk Amsterdam (SJA) betrok begin 2008 het pand. Verder betrok in het najaar van 2008 een huurder de kelder, die daar geluidsstudio’s en oefenruimtes creëerde. Ook worden verschillende ruimtes geregeld gebruikt voor tijdelijke evenementen. Verdeeld over het gehele pand werden verder vanaf medio 2007 al ateliers en andere werkruimtes verhuurd. Zoals blijkt uit de komst van de verschillende huurders heeft de verhuur en ontwikkeling van het Volkskrantgebouw gefaseerd plaatsgevonden en was er als zodanig niet op voorhand sprake van een uitgedacht programma.


Financieel traject, organisatiestructuur en eigendomssituatie
Urban Resort heeft zich georganiseerd als Stichting en huurt vanuit deze rechtsvorm het Volkskrantgebouw van de eigenaar Het Oosten (inmiddels Stadgenoot) voor de lage prijs van €25 per m2.
De eerste subsidies kwamen vanuit Bureau Broedplaatsen van de Gemeente en bedroegen 70.000 aan voorbereidingskosten en 65.000 aan brandveiligheids-aanpassingen. Hiernaast stelde Bureau Broedplaatsen en Amsterdam Topstad samen nog eens 200.000 beschikbaar voor het instandhouden van het gebouw (met name bedoeld voor de verwarmings- en ventialatie-installaties). Stadgenoot droeg bovendien een subsidie van 200.000 euro aan voor het opknappen van de verouderde installaties en het in stand houden van het gebouw. De samen verworven 400.000 euro aan subsidies bleek echter onvoldoende om het gebouw wat betreft installaties en inrichtingen te bekostigen. Stadgenoot stelde zich daarop bereid nog eens 209.377 te lenen aan Urban Resort – de Gemeente wilde garant staan voor 50% van die lening. Ook verstrekte Stadgenoot nog een subsidie van 32.515 voor het maken van goede oppervlaktemetingen. Tot slot ontving Urban Resort van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten 20.000 euro voor het organiseren van Volksevents. Andere inkomsten verkreeg Urban Resort uit de verhuur van de ruimtes.

Planning
In januari 2007 begonnen de onderhandelingen tussen Het Oosten en Urban Resort, in april werd begonnen aan de werving van nieuwe huurders en in juni namen de eerste huurders hun intrek. Zoals is gebleken onder het kopje Programma was het tijdsbestek kort en was er geen sprake van een rigide planning.

Locatie-eigenschappen en schaal
Een kantorencomplex van 10.000 m2 dat zich bevindt langs de Wibautstraat, die vanaf de jaren zestig een belangrijke verkeersader werd. Gezien de gunstige ligging ten opzichte van het centrum werd het ook een aantrekkelijke plek voor bedrijven, die zich er vanaf deze periode vestigden. Aan het einde van de straat bevonden zich drie kranten: Trouw, Volkskrant en het Parool. 


De Wibautstraat wordt zodoende gekenmerkt door de verkeersdrukte en de grote kantoren. Rond 2002 werden plannen gevormd om de Wibautstraat, en dan met name de “Parooldriehoek” – gelegen tegenover het Volkskrantgebouw – te transformeren en verschillende gebouwen te slopen. Met de crisis stagneerden deze plannen en kregen andere initiatieven de ruimte. De Parooltoren, het Trouwgebouw en het Volkskrantgebouw kregen zo tijdelijke nieuwe invullingen. Als zodanig maakt de transformatie van dit laatste pand door Urban Resort deel uit van een grotere stedelijke vernieuwing, die noodgedwongen door de crisis een strategiewijziging heeft gekend. Urban Resort was, door Stadgenoot te benaderen, een voorloper in deze strategiewijziging.

Status
Loopt, maar met een contract tot juni 2014. Het pand is inmiddels gekocht door Job Heimans van Magnificent 8, die een creatief hotel gaat maken van het pand, waarbij het bedoeling is dat de werkplekken voor creatievelingen behouden worden, evenals Canvas op de 7e, de horecagelegenheid op de bovenste etage.

NDSM-werf

In 1999 werd een prijsvraag door de gemeente uitgeschreven om de NDSM-loods op het gelijknamige terrein een tijdelijke bestemming te geven. De tijdelijke invulling zou de gemeente de tijd geven een strategie- en investeringsbesluit voor de herontwikkeling van de NDSM van industrieterrein tot gemengd woon-, werk- en recreatiegebied te maken. Eva de Klerk, Hessel Dokkum en Michael Groenewegen verenigden zich voor de prijsvraag in Stichting Kinetisch Noord, dienden een voorstel in en wonnen de prijsvraag.
           

Initiatiefnemers en doel project
Eva de Klerk is de voornaamste initiatiefnemer van Stichting Kinetisch Noord. Hessel Dokkum en Carolien Felbrugge waren adviseurs en medeoprichters van de stichting. Michael Groenewegen was betrokken als partner in het project en zou het opzetten van een Skatepark in de loods op zich nemen, evenals Jolien van der Maden, die later Café Noorderlicht heeft opgezet. Deze groep zag eind jaren negentig potentie in het oude fabrieksterrein. In hun plan op de uitgeschreven prijsvraag, stelden zij voor de oude loods van ruim 20.000 m2 met een hoogte van 20 meter te behouden en daarbinnen een Kunststad, een casco-framework voor ateliers te bouwen. Het doel was drieledig. Ten eerste was er de wens om betaalbare werkruimtes voor kunstenaars te realiseren om hen te behouden voor de stad. Ten tweede wilde zij zelfredzaamheid en eigen initiatief stimuleren. En tot slot wilden architectonisch belangwekkende panden behouden en deze ontsluiting voor publiek.

Programma
Programmatisch werd er voor gekozen het grootste gedeelte van de ruimte te benutten voor de Kunststad, een deel voor een skatebaan en een deel voor tijdelijke evenementen.

Financieel traject, organisatiestructuur en eigendomssituatie
De rechtsvorm van het initiatief is een Stichting: Kinetisch Noord. De financiering voor het project kwamen vanuit verschillende subsidiënten.
Na het winnen van de prijsvraag, verrichtte Stichting Kinetisch Noord in 2000 een haalbaarheidsonderzoek, waaruit bleek dat het plan niet haalbaar was binnen de gestelde vijf jaar. Voorgesteld werd een langere gebruikstermijn te creëren. De Stichting wilde het pand ook wel kopen, maar deze wens werd niet gehonoreerd. Tot op heden is de loods eigendom van Stadsdeel Amsterdam-Noord. De gebruikstermijn werd verlengd en er werd een huurcontract van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2012 ondertekend.
De cascostad hield in dat de Stichting zorg zou dragen voor een framework in de loods, waarin huurders zelf hun atelier konden realiseren. De kosten van een container konden verschillen van enkele duizenden euro’s tot 15.000 duizend euro. Er werd geen rigide planningstermijn gehanteerd voor het creëren van de cascostad: deze moest organisch, container voor container, groeien.


Voordat dit gerealiseerd kon worden, moest het pand gebruiksklaar worden gemaakt. Stadsdeel Noord was als eigenaar verantwoordelijk voor de buitenkant, de Stichting voor het interieur. De vernieuwing van het dak werd betaald met een lening van het stadsdeel, dat met de eerste huuropbrengsten kon worden terugbetaald. De volgende stap was de energievoorziening. De stichting kreeg vanuit het ministerie van VROM subsidie in het kader van de IPSV-regeling (Innovatie Programma Stedelijke Vernieuwing) ter begeleiding van het collectief particuliere opdrachtgeverschap-traject. Bij het Kunstenplan 2000-2004 werden verder fondsen aangevraagd, evenals bij Bureau Broedplaatsen. De gemeentelijke Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling heeft verder een bedrag beschikbaar gesteld voor een indoor-skatepark, dat deel uitmaakt van een jongerenproject.
Uiteindelijk werd 1/3 van de te bouwen stad gefinancierd vanuit subsidie en 2/3 vanuit de gebruikers zelf, die elk zelf investeerden in hun eigen container en inrichting. Hierbij moet gesteld worden dat anno 2012 het project nog niet ten einde is; nog steeds is het gebouw en de casco-stad in ontwikkeling.

           
Planning
Na het haalbaarheidsonderzoek uit 2000, werd gewerkt aan de financieringen. Begin 2002 werd een start gemaakt met het opruimen van het terrein en de herbestrating. Vervolgens moest het dak vernieuwd worden, wat in 2003 klaar was.  Hierna moesten de gevels gerenoveerd worden (vanaf februari 2004). In april 2004 kon begonnen worden aan het bouwen aan de Oostvleugel, welke de bestemming voor locatietheatergroepen zou krijgen. Een jaar later, april 2005, kon begonnen worden aan de bouw van de Kunststad, welke in december 2006 gereed moest komen. In de tussentijd konden de huurders werken aan het afbouwen van hun eigen ruimtes. Het project liep enige vertraging op en de Kunststad kon uiteindelijk in oktober 2007 geopend worden.

Locatie-eigenschappen en schaal
De NDSM-werf is een voormalige scheepsbouwloods van de Nederlandsche Dok en Scheepvaartmaatschappij. Het terrein bestaat uit een ensemble van gebouwen, waarvan de NDSM-loods verreweg de grootste is. Daarbij bevinden zich op het terrein twee grote hellingen, waarvandaan de schepen het IJ in werden gelaten. Dankzij de wijze waarop het terrein nog steeds goed afleesbaar is, is het nu Rijksmonument verklaard.

Status en toekomstperspectief
Lopend, in ontwikkeling.